Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des Geestes Gods zyn. Want zy zijn hem dwaasheid ende hy kan ze niet verstaan om dat ze Geeetelyk onderscheiden worden.

3. De blinde Heidenen, deeze Goddelijke openbaring van den weg der Zaligheid ontbeerende, worden daarom aangemerkt, als in dien tyd geweest te zijn zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, ende vreemdelingen van de Verbonden der beloften, geen hoope hebbende ende zonder God in de Waereld, Epb. 2 : 12.

Vrag. Waarin heeft God den weg der Zaaligheid geoopenbaart?

Antw. Alleen in de H. Schriftuur, waarin God aantoont, wie hy is, en wat hy is, en hoe hy op een wijze hem betaaraelijk kan worden de God van een dood en doemwaardig zondaar.

Vrag. Hoe staat dit stuk in onze Geloofsbelydenis uitgedrukt ?

Antw. Een tweeden, geeft by hem zeiven nog klaarder en volkomentlyker te kennen door zyn heilig en Goddelyk woord , te weeten, zo veel als ons van nooden is in deezen leeven tot zyner eeren ende Zaligheid der zyner, Vrag. Bewijs, eens dat God hem klaarder en volkomender geeft te kennen in zijn woord ?

Antw. Nadrukkelijk uit 1 Cor. 1 : 21. Want nademaal in de wysheid Gods 'de Waereld God niet heeft gekent door de wysheid, zoo heeft het Gode behaagt door de dwaasheid der predikinge Zalig te maken, die gelooven.

Vrag. Wat hebt gy omtrent deeze woorden onzer belydenis op te merken?

Antw. Dat 'er niet gezegd word geheel klaar en volkomen, maar alleen in vergelijking klaarder en volkomender.

1. Deels om dat God niet volkoomen kan bevat, of begreepen worden, als te vooren beweezen is, Exod. 33 : 20. Hy zeide voorder gy en zoud myn aangezigte niet kunnen zien: want my en zal geen mensche zien ende leven.

2. Deels oin dat de geloovigen nog een klaarder en volmaakter kennis van God na dit leeven te wagten hebben , 1 Cor. 13 : 12. Want wy zien nu door eenen spiegel in duistere reden, maar als dan [zullen wy zien] aaugezigt tot

Sluiten