Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar als Hoofd en Borge van een veel beeter Verbond voorkomt, 1 Cor. 15 : 45, 47. En ook niet gebooren is na de gemeene loop der natuur, maar op eene bovennatuurlijke wyze door de kragtige werkinge des Heilige Geestes, Luc. 1 : 35.

Vrag. Wat is de inkleevende Erf-zonde?

Antw. Een verdorventheid der geheele natuur, ende een erflyk gebrek waar mede de kleine kinderen zelf besmet zyn in haares moeders Lighaam, Rom. 3 : 23. Zy hebben alle gezondigt, en derven de heerlykheid Gods.

Vrag. Hoe is die spreekwyze nader te verstaan?

Antw. 1. Dat de Erf-zonde geenzints iets zelfstandig of weezentlyks is in den Mensch, devvyl alle zelfstandigheid weezentlijk goed is en van God afkomt, die geen oorzaak van het kwade zyn kan, Hab. 1 : 13. Gy zyt te rein van ogen, dan dat gy het kwade zoud zien, ende de kwellinge kondt gy niet aanschouwen. Dus wy deeze oude dwaling der Manicheen als ongerymt en godlasterlijk verwerpen.

2. Dat de Erf-zonde ook niet alleen bestaat in een gemis of berooving van de oorspronkelijke geregtigheid, maar teflens in eene zondige hebbelijkheid of wangestalte, waar mede de kleine kinderen zelf besmet zyn in haars moeders Lighaam. Dewyl dezelve beschreeven word als iets 't welk stelliger wyze in den Mensche is, te weten als een Wet der zonde in de leeden, Rom. 7 : 23. Een Lighaam der zonde, Rom. 6 : 6. De zonde die in ons woond, Rom. 7 : 17. Vleesch, Gal. 5 : 13. Besmettingen des Vleesch ende des Geests, 2 Cor. 7 : 1. 't Welk alles op een bloote ontbeering niet wel passen kan.

Vrag. Waar in bestaat die verdorventheid dan?

Antw. 1. In een berooving van Gods heerlijk beeld, bestaande in waare kennisse en heiligheid, met welke de Mensch moest geschapen worden, indien hy een Godebehaorelijk Schepsel konde geagt zyn, dog die door een rigterlijk oordeel Gods daar van nu berooft is, Rom. 3 : 23. Zy hebben alle gezondigt, en derven de heerlykheid Gods. Eph. 4 : 18. Verduistert in 't verstand, vervreemt zynde van het leeven Gods.

Sluiten