Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men neme eens de proef en substitueere het woord schuld door een woord als ding of als oorzaak, en „schuldig" of „opzettelijk" door iets als „oorzaak-zijn", en al aanstonds blijkt, dat onze wetgever in redelijkheid zoo iets nimmer kan gemeend hebben, of juister gezegd, dat dit niet de redelijke zin der wet is te achten. Het oorzaak-zijn wordt immers uitgedrukt door

het werkwoord en het persoonlijk voornaamwoord, hij die

toeëigent, dwingt, die van het leven berooft, enz.; het woord opzettelijk en schuldig (= aan wien schuld te wijten is) moet dus steeds een bepaalde geaardheid van die Verwerkelijking aanduiden. De geaardheid van een verwerkelijking, van een gebeuren is toch iets anders dan dit gebeuren als zoodanig.') In waarheid is met deze leer meer een postulaat opgesteld, dat gericht is tot den wetgever, dan een analyse van het thans heerschende schuldbegrip gegeven.

Want dat de causaliteit in het strafrecht ook thans nog een belangrijke, zij het ook geen centrale, rol vervult, kan kwalijk ontkend; dat de verantwoordelijkheid echter nog aan andere voorwaarden dan de causaliteit is gebonden, is al evenmin te loochenen. Schuld is causaliteit beteekent derhalve: schuld zij causaliteit, en causaliteit zij de eenige grond der toerekening. Dit is echter een eisch, waaraan niet kan worden voldaan; reeds hierom niet, wijl eenerzijds niet elke veroorzaking rechtens toerekenbaar is, en anderzijds niet de toerekening aan eigen causaliteit is gebonden of behoort gebonden te zijn.

Anderen hebben gemeend, in het schuldbegrip te moeten zien iets, dat willen kan, en hebben het schuldbegrip teleologisch geconstrueerd. Hier is de dwaling minder gemakkelijk te onder-

x) Hierover, in Verband met het beginsel dcy adaequitait naasrt d|a(t der causaliteit, (Uitvoerig mijn opstel in Rechtsgeleerd Magazijn, Deal XXXVI, blz. $1 v. Over het vraagstuk der causaliteit in ar#. 1401 B. W.

Sluiten