Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen. Immers, schuld onderstelt altijd een willen, en wel een, dat verwerpelijk, afkeurenswaardig is. Welnu, als men dan leest, dat schuld verwerpelijke, onrechtmatige etc. wil *'ordt genoemd, zou men meenen, dat hier het juiste is getroifen. Dit is echter niet het geval. Schuld is niet een verwerpelijke wil, maar het verwerpelijke aan iets dat gewild is, wil men, het verwerpelijke aan of in den wil. Hier heerscht derhalve een verwarring van het subject met zijn praedicaat, van het ding met zijn eigenschap. Dat het woord schuld ons aan een ding doet „denken", dat de taal difals een ding bezigt, kan op het logisch karakter van het schuldbegrip geen invloed oefenen. Toch wordt dit maar al te dikwijls uit het oog verloren. Ja, het schijnt moeilijk, deze verwarring in het licht te stellen.

Men kan, zoo schreef ik elders, 0 wel zeggen: een schuldige wil is een booze, onrechtmatige etc. wil; maar men mag niet zeggen: Schuld is een booze etc. wil. Stel tiet oordeel: een zwart paard is een mooi paard, is dan zwartheid = een mooi paard ?

Dat het praedicaat „schuld" in het rechtsleven alleen aan een beperkt aantal subjecten kan worden toegekend, verandert hieraan niets. Dit is, meen ik, duidelijk genoeg voor wie zich de moeite getroost, hierover na te denken. Nog andere voorbeelden zou men kunnen aanhalen, maar dan zijn toch niet meer dan voorbeelden.

De (normatieve) qualiteit van iets wordt met dit iets geïdentificeerd, ziedaar de diagnose. Het mag dan wel opmerkelijk heeten, dat in een aankondiging van mijn dissertatie 2) van een bestrijding wordt gesproken, „die doet denken aan een bewijs uit het ongerijmde", en voorts opgemerkt, dat deze bestrijding een

'): In mjijn proefschrift, blz. 168.

2), Rechtsgeleerd Magazijn, Deel 1913, blz. 504 v.

Sluiten