Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der meest zwakke deelen van mijn betoog is. Des te zonderlinger klinkt deze waardeering, als men bedenkt, dat in dezelfde aankondiging met geen enkel woord over dit normatief karakter der schuld wordt gesproken. Schuld is schuldigheid; bedenkt men dit, dan is de dwaling gemakkelijk te onderscheiden. Trouwens, een oppervlakkige lezing van de wet doet ons inzien, dat althans de wet het schuldbegrip niet in den aangegeven zin kan hebben gebezigd. Men substitueere eens schuld door onrechtmatige, booze, gebrekkige of verwerpelijke wil, en leze eens de omschrijving der tallooze (materieele) delicten, het blijkt onmiddellijk, dat in deze opvatting van culpa niet kan worden gesproken, dat culpa geen schuldvorm is. Er is dan ook overal ondersteld en geëischt, dat er een handeling en dus een wil is; wat voor zin heeft het nu, voor het schuldvereischte te stellen, dat er nog een wederrechtelijk booze wil moet zijn?

Blijkt niet bij een oppervlakkige lezing, b. v. van ons wetboek, dat opzet, de gewichtigste schuldvorm in de wet, trouwens bijvoeglijk gebruikt, slechts den aard van den reeds in de handeling onderstelden wil moet aangeven? Beide zijn natuurlijk logisch streng te scheiden. Schuld is wel het gebrekkige, het laakbare, het verwerpelijke aan een bepaald voorwerp, maar niet dat voorwerp zelf; schuld is niet een causaal of teleologisch, maar een normatief begrip.

XIV. Uit deze door ons voorgestane opvatting der schuld is een gewichtige consequentie te trekken ten aanzien van de schuldvormen. A priori is niet te bepalen, waar de scheidslijn tusschen eventueel verschillende schuldvormen, b. v. dolus en culpa, is te trekken. Echter kunnen wij wel a priori vaststellen. dat, zoo de wetgever deze of andere schuldvormen

Sluiten