Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men maar rekent met het verschil in de omstandigheden, waaronder zij verkeeren en in het doel, dat zij beoogen. Dat Norden, die in het begin van zijne verhandeling voor den individueelen toon in des Apostels brieven een open oog blijkt te hebben en dezen aldaar ook voor zijne verschillende zendingsreden aanneemt, *) hier over de onderscheidene eischen van die beide met geen woord rept, schijnt eenigermate — bevreemdend. Want inderdaad, is het niet geheel iets anders, wanneer de gezaghebbende Apostel van Jezus Christus aan eene Christelijke gemeente schriftelijk eene dogmatische uiteenzetting geeft over de ongenoegzaamheid der Godskennis in den natuurlijken mensch,2) dan dat een onbekend Oostersch zendeling als voor de vuist het woord richt tot een hem vreemd publiek van heidensche philosofen, om hen zoo mogelijk te winnen voor de dwaasheid van het Evangelie ? Ik acht, dat dit onderscheid sterkere vormverschillen rechtvaardigt, dan die van vriendelijk-bemiddelende matheid en hartstochtelijk afwijzende verontwaardiging! „Hun die onder de Wet zijn, als onder de Wet zijnde, hun die zonder deWet zijn, als zonder de Wet zijnde," zoo heeft de Apostel zelf zijne zendingsmethode en de tegenstelling die ze meebracht, geteekend;3) en dat hij haar

*) p. 10 sqq. Vgl. pag. 12: „Wir haben also zu schliessen, dass er, wie seine Ethik, so auch seine Theologie an die y.civxi hnotxi tum es einmal in stoischer Terminologie auszudrücken) seines hellenischen Publikums angeknüpft hat, und dass der Verfasser der Areopagrede sich auch hierin auf den Boden einer ideellen Wirklichkeit geste llt hat .

2) In verband met de omstandigheid, dat de brief aan de Romeinen waarschijnlijk in Corinthe geschreven is, nadat de Apostel daar reeds geruimen tijd vertoefd had (Sta hl in, a. w., p. 938), zou men de vraag kunnen opperen, of ook niet de droeve ervaringen die hij in deze zedelooze stad van het heidendom had opgedaan, op den vorm van zijn oordeel daarover van invloed kunnen zijn geweest.

3) 1 Cor. 9 20, 21. Reeds Chrysostomus heeft hierop in verband met onze rede gewezen (Cateriae, ed. Cramer, UI, p. -86). Goed Liletzmann in jtij-n 'cioimtnentaar (1907): „ich habe stets um des Evangeliums willlen Rücksicht auf meine Umgebung genommen". Van zijjn arbeid onder de Corintliiërs, tot wie hij uit Athene gekomen was,

Sluiten