Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

degenen die na hem kwamen, was dit het geval met van Hasselt '). Mounier 2), Brugmans 3), Tieboel Siegenbeek 4), Sebald Rau 5) en Elout van Soeterwoude 6).

Over Groen's eerste prijsvraag over de verhouding van de Atheners tot hunne bondgenooten na den slag bij Plateaa, tot aan het begin van den Peloponischen oorlog7), had de faculteit niet lang beraadslaagd. De schrijver had, naar haar oordeel, het onderwerp, in elk opzicht, zoo nauwkeurig en volledig, uit de bronnen belicht, dat er niets meer te wenschen overbleef en zich bovendien zoo vaardig in het Latijn weten uit te drukken, dat zij niet aarzelde om te verklaren, dat zijne verhandeling behoorde te worden bekroond. Nog denzelfden dag schreef hem Borger:

Amice.

Hartelijk gefeliciteerd met de eenstemmige bekrooning van uwe verhandeling. Maandag moet Gij in tijds hier zijn ten einde U als auteur te doen kennen Vale. T.T. Leiden 24 Dec. Borger.

Wilt Gij Maandag morgen vóór het examen even bij mij aankomen! Uw collega is Thorbecke. In duizend haasten daar de post vertrekt.8)

Willem Jan Carel Cornelis van Hasselt, geb. te Amsterdam 9 Januari 1795, overl. aldaar 2 Maart 1844; de bekende schrijver over handels- en zeerecht en verklaard tegenstander van de vervolging der afgesch«idenen.

2) Pierre jean Jacques Mounier geb. 8 Augustus 1801, overl. te Amsterdam 6 Maart 1889. Waalsch Predikant te Rotterdam, Antwerpen en Amsterdam.

3) Antonie Brugmans geb. te Amsterdam 22 December 1799 en aldaar overleden 14 Januari 1877, de beroemde advocaat.

4) Mr. Daniël Tieboel Siegenbeek geb. te Leiden 25 Februari 1806 en aldaar overl. 11 Januari 1866, later Burgemeester van Leiden.

5) Sebald, Jean, Everhard Rau geb. te Leiden 19 Nov. 1801, overl. te Lent 29 Nov. 1887, de dichter.

®) Pieter Jacob Elout van Soeterwoude geb. te 'sHage 11 Augustus 1805 en aldaar overl. 4 October 1893, de bekende Staatsman. f ,

7) Quum in historia Graeciae praecipui»n monumentum habuerit principatu ViySfAOVlOl Atheniensium, quaeritur, quae fuerit ratio necessitudinis, quae jnc^e a pugua Plataeensi usque ad initium Belli Peloponaesiaci Atheniensibus cum civitatibus sociis sive liberis sive subditis intercessit judiciorum, tributorum militiae omnisque administrationis. .

Groen's antwoord is gedrukt in de Annal. Accadem. Lugd. Batav. 1819 18ZU.

8) R. A.

Sluiten