Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik ') met wien en Groemnx2) ik een Rapen-

burgje omging. Na den eten kolfde ik met Burgerhoudt, Jordens, Brouwer en de Graaf3) aan de Kwaak. Om 8V2 praesideerde ik de vergadering van „Suum Cuique" waar ik „Le Meunier de Sans Souci" reciteerde. Wij bleven zeer plezierig tot een uur bij elkander.

8. Na in de Pandekten gewerkt te hebben ging ik om 12 uur eene Extra Ordinaire vergadering van Tandem bij Brugmans presideeren. Om één uur begaf ik mij naar het college van den Heer Humbert. Z.Ed. toonde ons hoe volgens zijne vernuftige theorie de horizontale lijn evenals in het menschelijk gelaat, zoo ook in de bouwkunde rust en hoogst mogelijke volkomenheid aanduidt en gaf er ons in de Jonische orde een voorbeeld van. De Chineesche wijze van bouwen werd tot voorbeeld van de lijn, die naar boven gaat (ligne axonifuge) gebruikt: deze drukt in ons gezicht les passions vives uit, en men mag derhalve vermoeden, dat de volken waar deze lijn, tot grondslag hunner bouworde ligt een dusdanig karakter hebben. De bouworde der Chineezen evenwel meende de Heer Humbert dat haren oorsprong in godsdienstige begrippen had. Eindelijk drukt de lijn dienaar beneden gaat (ligne axonipède) zwaarmoedigheid en treurigheid uit. Zulks blijkt uit de Gothische (ten onregt aldus genoemde) bouworde. Deze laatste zou men derhalve voor kerken, graven, voor alle die gebouwen moeten gebruiken waarin of waarbij de mensch zich aan overpeinzing moet overgeven. De Dorische daar waar de mensch aan zijn grootheid gedachtig is moet gemaakt worden, bijv. indien eens de wensch van een altijddurende vrede van den abé de St. Pièrre verwezenlijkt mogt worden, dan wilde Z.Ed. dat men een groot gebouw van de Dorische orde zou vervaardigen, waarin de afgevaardigden der volken samen kwamen om staande over de algemeene belangen te be-

1) Onleesbaar gemaakt.

2) Reinier Frederik Groeninx van Soelen Roterodamensis was 21 Juni 1815 als student in de letteren en de rechten ingeschreven.

3) Er waren twee studenten v. d. G.. Abraham en W^eijer Antonie, beide uit Deventer, die respectievelijk 20 September 1819 en 14 November 1820 studenten in de letteren en de rechten geworden waren,

52

Sluiten