is toegevoegd aan uw favorieten.

Handeling en gevolg met betrekking tot de onrechtmatigheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(16)

om den toestand, dan is a priori uitgesloten, dat er een schadevergoedingsplicht zou bestaan. Juridisch ligt, dunkt me, dit alles voor de hand. Maar ook van teleologisch of rechtspolitisch gezichtspunt laat zich een en ander gemakkelijk, wellicht nog gemakkelijker inzien.

De wetgever wil met den schadevergoedingsplicht, met het vestigen daarvan, iets bereiken. Of is hij niet „een redelijk mensch"? Hij wil den toestand min of meer weer goed doen maken. Dit willen mist redelijken grond, als er in zijn oog niets goed te maken valt. Had de vermogenstoestand geen „waarde", was hij een, den wetgever als zoodanig, onverschillige zaak, had hij dus daarop (op dien toestand) niet het oog, toen hij bepaalde, deze of zulk een toestand behoort te worden veranderd, hersteld, weer te worden goedgemaakt, dan zou er aanleiding kunnen zijn zulk een wetgever te ordenen in de categorie der ten hoogste „halve garen". Zoo is het gelukkig niet gesteld. De wetgever is o. a. een redelijk mensch, die, wanneer hij een schadevergoedingsplicht wil vestigen, als redelijk mensch daarmee iets beoogt, een doel wil bereiken. Wederom als redelijk mensch kan hij daarbij slechts het oog hebben op den toestand, zooals deze is, vergeleken bij dien, zooals hij was, vóór het schadeteweegbrengend feit plaats greep. Die bestendiging is mogelijk zelf slechts middel, dat doet er niet toe. Hij, de wetgever, wil het in den geest voorgestelde gestoorde evenwicht zooveel mogelijk hersteld zien. Te dien einde draagt hij aan een ander (waarom juist dezen en niet een derde blijve hier buiten bespreking) op dit evenwicht te herstellen.

Vergoeden is allereerst vergoeden van iets. Dit „iets" wekt zijn belangstelling, het doet hem onbehaaglijk aan, en uiteraard, wederom als redelijk mensch, streeft hij naar verwijdering van dit onlustgevoel, hij peinst op middelen om dit doel te bereiken en vindt dit in feite-