Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daders eenerzijds en deelnemers anderzijds, tussehen uitvoering en periferische rechtsfeitsverwerkelijking (waarover hieronder nader). Het zelfde geldt ten aanzien eenerzijds van volledige, anderzijds van fragmentaire centrale rechtsfeitsverwerkelijking. Dat voorts uitlokking zonder gevolg alsdan poging zou zijn, ligt voor de hand. Dit alles bewijst echter, dat deze opvatting onvereenigbaar is met de strafwet zelf en dat we daarom steeds van het natuurlijk spraakgebruik moeten uitgaan en ons daaraan houden, tenzij, zooals we reeds Rebben opgemerkt, we daardoor zouden komen tot aan elkaar tegenstrijdige oordeelen — want deze hebben we te vermijden.

2. Beantwoordt nu een handeling in alle opzichten aan al de kenmerken of elementen der wettelijke omschrijving, dan hebben we met een rechtsfeitsverwerkelijking te doèn. We spreken dan van uitvoeringshandeling of voltooide handeling, wil men. voltooiing of uitvoering zonder meer.

Buiten deze uitvoeringshandelingen vallen dus alle handelingen, die liggen, in wat Fransche schrijvers wel de „phase oratoire"1) noemen; voorts handelingen, die weliswaar nog niet (volledig en ook niet ten deele) beantwoorden aan de wettelijke omschrijving maar toch op het punt staan een begin daarvan te vormen, in het bijzonder de voorbereidingshandelingen (b.v. iemand beweegt een ander door een gift om een derde van het leven te berooven, (uitlokking van levensberooving). Voorts vallen hier buiten zulke handelingen, die de verwerkelijking van het rechtsfeit vergezellen (b.v. iemand, die tijdens den diefstal voor dit doel op den uitkijk staat, verricht wel een neven- of ondersteuningshandeling, maar geen diefstalhandeling, geen uitvoering of voltooiing van diefstal, want door deze neven- of ondersteuningshandeling wordt het goed niet weggenomen). Eindelijk zijn geen uitvoeringshandelingen zulke, die op de voltooiing volgen (daardoor, dat hij, die iemand van het leven beroofd heeft, deze in het water gooit, om de sporen van zijn misdraging zooveel mogelijk uit te wisschen, berooft hij niet een ander van het leven; hetzelfde geldt voor verkoop van een gestolen zaak enz.).

Zijn deze handelingen geen uitvoeringshandelingen, dan zijn ze

x) Vgl Roux, t. a. p., blz. 73: la phase oratoire est constituée par 1'exposition faite par le delinquent de son dessein soit a d'autres, soit a la victime ellemême. Natuurlijk komt deze phase niet altijd voor. Ook waar ze wel voorkomt, is ze niet altijd zonder belang. Ze kan het karakter krijgen van bedreiging met misdrijf (art. 284, 285 Sr.) of samenspanning (art. 80 Sr.); zie voorts Oarraud', t. a. p. dl. I, blz. 480 v..

Sluiten