Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handeling, in het 'andere geval is er een handeling, die valt buiten den omvang (ambitus) dier wettelijke omschrijving. Vanwaar dit verschil? In beide gevallen wordt een glas met vergiftigd water neergezet, in beide gevallen wordt het verloop aan de toekomst overgelaten. A — in het eerste geval — vertrouwt dat B, als gewoonlijk, het glas water zal leegdrinken, dat voor hem is neergezet; A — in het tweede geval — vertrouwt op grond van onderlinge afspraken, dat C het zal weghalen en bij B zal brengen. Het is duidelijk; in beide gevallen vereischt de handeling van A aanvulling; want door het neerzetten van een glas vergiftigd water wordt niemand „van het leven beroofd", eerst door dat dit wordt leeggedronken. In het eerste geval is deze aanvulling voor het karakter der handeling van A van overwegend belang, want daardoor wordt de handeling van A zijn rechtsfeitsverwerkelijking. In het tweede geval mist juist de handeling van A dit karakter. Waaraan ligt dat? Omdat in het eerste geval de elementen van het rechtsfeit worden verwerkelijkt, doordat de handeling van A wordt aangevuld met de niet-schuldige1) handeling van B, in het tweede geval, doordat de handeling van A wordt aangevuld door de schuldige handeling van C. Natuurlijk is ook mogelijk, dat een handeling, als waarvan hier sprake is, verricht wordt door A zelf; dan hebben we te doen met eigen voorbereiding tot eigen uitvoering.

Er is uitvoering of voltooiing, als zonder dat nog de handeling aanvulling behoeft van een schuldige handeling, het rechtsfeit wordt verwerkelijkt. Of zulk een handeling aanvulling behoeft van een schuldige handeling is niet in abstracto te zeggen, want soms kunnen in concreto ook natuurkrachten, instinctieve verrichtingen het ontbrekende aanvullen. Voltooiing is er dus niet alleen, als na het verrichten der handeling het rechtsfeit verwerkelijkt is, maar ook, als na het verrichten der handeling het intreden der centrale rechtsfeitsverwerkelijking door den loop der dingen (mits niet door aanvulling van een schuldige handeling) plaats grijpt.

5. Samenvattend kunnen we zeggen: een handeling is dan centrale of eigenlijke rechtsfeitsverwerkelijking (voltooiing, uitvoering) als — zonder dat nog een nadere of andere aan schuld te wijten handeling noodig is — door de onderwerpelijke handeling met de daarop volgende loop der dingen, het rechtsfeit verwerkelijkt wordt en dus door de onderwerpelijke handeling het rechtsfeit begint verwerkelijkt te worden. Daarentegen hebben we met een periferische, buiten den

!) Zie hieronder § 26 v..

Sluiten