Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk, tegen de uitdrukking materieele onrechtmatigheid is nog dit bezwaar in te brengen, dat zij zoo gemakkelijk de voorstelling wekt, alsof er eigenlijk twee soorten van onrechtmatigheid zijn en dit zou dan weer tot de gedachten kunnen leiden, dat denkbaar is, vooreerst een handeling, die zoowel materieel als formeel onrechtmatig is, en voorts een handeling, die wel materieel, niet formeel onrechtmatig is, en eindelijk zulk een, die wel formeel, niet materieel wederrechtelijk — en dan weer aanleiding geeft tot de vraag, met welke (van de twee, wil men drie) soorten van onrechtmatigheid We in concreto te doen hebben. Hier tegenover worde met nadruk gesteld, dat er slechts één „soort" onrechtmatigheid is. Maar natuurlijk heeft men daarbij tweeërlei te onderscheiden. Ik kan de vraag stellen : wat beteekent het woord onrechtmatig? — dan hebben we te. doen met de categorie „onrechtmatig". Maar ik kan ook vragen :• wat is^naar positief recht onrechtmatig — we vragen dan naar de„dingen", die aan het positief recht gemeten, daarmede in strijd zijn..

Dit alles raakt evenwel niet de eenheid der onrechtmatigheid. Daarom vermijde men de uitdrukking materieele onrechtmatigheid — Want het is een vlag, waaronder niet-positiefrechtelijke elementen zich toegang tot hei positief recht en positief rechtelijke overwegingen en uiteenzettingen weet te verschaffen.

2. De onrechtmatigheid is een esSe'njteele ^jgenscTj&p van/jgjjer ^ strafbaar feit. Een gedraging, die niet onrechtmatig is, mist vérder strafrechtelijke beteekenis. Nu vragen we, in dit verband, niet meer naar handelingen zonder meer. Immers het boezemt ons hier geen belang in te weten welke handelingen onrechtmatig zijn, maar welke aan de wettelijke omschrijving beantwoordende handelingen onrechtmatig zijn. Handelingen, die, ofschoon onrechtmatig, toch niet aan de wettelijke omschrijving beantwoorden, vallen buiten het gebied van het strafrechtelijk onderzoek. Wij spreken hier dus alleen van de onrechtmatigheid als eigenschap der rechtsfeitsverwerkelijking.

Onrechtmatigheid onderstelt een relatie met het positieve recht. Zij is de eigenschap eener rechtsfeitsverwerkelijking, die hierop berust, dat zij in een bepaald opzicht met het recht in verband is gebracht. De vraag is, onder welk opzicht dit is geschied? Het antwoord hierop bepaalt het ygrschil in opvatting omtrent het onrechtmatigheidsbegrip. Van welk opzicht is hier sprake? Hierover geeft het woord „onrechtmatig" in zijn woord-deelen zelf uitsluitsel („on" en ,,recht"matig). Recht kan hier beteekenen: subjectief of objectief recht. Voorts wijst „on" op een geaardheid van de betrekking, waarin de drager dezer eigenschap tot het recht (subjectief

Sluiten