Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

' !

' ^ ' / //« "-(^— .'^ Lu

3. Wij plegen echter in de strafrechtswetenschap bij het onrécht de schuld en de onrechtmatigheid te onderscheiden.

Waarin ligt het verschil tusschen beide? Dit wordt bepaald door dat, wat gewaardeerd wordt, door de stof der rechterlijke kwalificatie. Terwijl van de schuld slechts kan worden gesproken, J als we met willen te doen hebben, spreken we van onrechtmatigheid, J als we het oog hebben op daden, ze mogen dan al of niet gewild

zijn, op toestanden of gebeurtenissen in engeren zin.

We kunnen dus onderscheiden het objectieve en subjectieve onrecht. Onrechtmatigheid in engeren zin is het praedicaat, dat aan de uitwendige zijde van de handeling zonder meer, d. i. de daad, wordt toegekend. Schuld is het praedicaat, dat slechts aan een handeling, d. w. z. een daad, voorzoover deze een innerlijke zijde heeft, wordt toegekend. Niet de dader heeft schuld, niet het innerlijke in den dader heeft, of is, schuld, maar de handeling, de gewilde daad. Het innerlijke als zoodanig heeft rechtens geen beteekenis. Slechts voorzoover zich dit openbaart in het uitwendige leven, in het handelen, is het rechtens van belang, is het vatbaar voor rechtelijke disqualificatie. Terwijl in het onrechtmatigheidsoordeel een beoordeeling ook van bloot natuurmechanisch bepaalde gebeurtenissen en toestanden wordt gegeven, wordt in het schuldoordeel de innerlijke zijde getoetst.

_/ Oinds (bij de onrechtmatigheid) ligt het substraat of de stof van het waardeoordeel in de gelijkvormige natuur, wij zouden kunnen zeggen, in het c^uantitatieve. Hier (bij de schuld) in een, daarvan fundamen— teel verschillende, wel genoemde sfeer der spontaneiteit of der vrijheid; in de sfeer van wat we zouden kunnen noemen het qualitatieve.

Hiermede hangt samen een verschil in den logischen inhoud van. beide oordeelen. De rechtsorde geeft een maatstaf' aan, waarnaar we ons hebben te richten en te gedragen. Afwijken van dezen maatstaf is onbehoorlijk, onrechtmatig. Echter niet altijd is ons een verwijt van die afwijking te maken. Dat ik, door van de norm af te wijken, een onbehoorlijke daad verrichtte, daaraan kan de omstandigheid, dat ik niet anders kon, niets veranderen. Want gedane, zaken nemen geen keer. In het schuldoordeel ligt evenwel een verwijt ingesloten. Hier ligt de voorstelling ten grondslag, dat de.) dader in staat was het gebeurde achterwege te laten. Daarom is de.y logische onderstelling van alle schuld.de vrrjiEiri van den^StoE. Niet als een blinde willekeur, maar een redelijke zelf-bepaling, een niet eenzijdig bepaald-zijn door optredende motieven of zelfs door de dingen der natuur.

4. Intusschen kan, in verband met de bezwaren der deterministen

Sluiten