Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij het schuldbegrip heeft bepaald. Daarom volge de behandeling j van de leer der toerekeningsvatbaarheid op die der schuld1).

17. Men zou kunnen opmerken: Is toch eigenlijk niet de vraag: „Kan de dader schuld hebben"? zonder zin en beteekenis. De rechter heeft toch niet naar de mogelijkheid, de facultas, maar naar de werkelijkheid der schuld te vragen? Op deze laatste komt het toch aan? En wanneer blijkt, dat er geen schuld is, dan is ze niet en wijsgeerig gesproken, kan ze niet zijn. Tendeele is dez7~bedenking reeds door onze vroegere uiteenzettingen ondervangen. Wij voegen nog het volgende daaraan toe. Afgezien van- dit alles, heeft een onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid, heeft dus het positieve karakter, nog dit grootejoordeel, dat dit onderzoek ons in staat stelt de schuldvraag "a priori ontkennend te beantwoorden. Want het is toch wel van veel belang, als ons een middel wordt gegeven om de vraag of een bepaald verwijt den dader treft, te coupeeren door vast te stellen, dat hoegenaamd geen verwijt, dus ook niet dit verwijt hem kan treffen. Niet anders' is het met soortgelijke begrippen als rechtsbevoegdheid, handelingsbevoegdheid, persona standi in juclïao enz.. Een ingewikkelde procedure kan worden voorkomen door de wetenschap, dat dit individu niet bevoegd is rechten te hebben, handelingen te verrichten, enz.;

18. Toerekenen is eenCpmffi^h begrip.

In een beschrijvende wetenschap is voor dit begrip geen plaats, dit verbiedt het methodologisch uitgangspunt der (empirische) psychologie, pathologie, psychiatrie enz. 2).

Toerekeningsvatbaarheid is een rechtelijke kwalificatie, een normatieve eigenschap van een persoon-mensch. Alleen de rechter op grond der wet kan bepalen wie toerekeningsvatbaar is, hij alleen kan dit praedicaat toekennen. Nu spreekt het van zelf, dat deze kwa-

1) Toerekeningsvatbaarheid is wej «aóSSr3e voor de schuld, maar / men wachte er zich voor in haar"een tëpstannrifiEl der schuld te zien. Ongetwijfeld is het begrip der toerekeningsvatbaarheid niet te bepalen, als niet het schuldbegrip vaststaat. Maar hoe weinig ze een bestanddeel der schuld is, blijkt wel uit het feit, dat ons door toerekeningsi'a/^aa/' te zijn nog geen verwijt treft, hoewel, ware ze wel bestanddeel der schuld (een deel vanji het verwijt, dat de schuld kenmerkt, ook haar zou dienen^ te treffen." Schuld en "toerekeningsvatbaarheid staan tot elkaar * zooals het-werkelijke tot het" mogelijke staat (zie Beling, Methodik der Gesetzgebung, 1922, blz. 135—136.

*) Door Cox is een en ander in Psych. en Neur. Bladen, 1909 No. 5 wel uit het oog verloren: met de logische structuur der rechtswereld werd niet voldoende rekening gehouden.

Sluiten