Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feit. En juist voor het „zelfstandige" strafbaar feit geldt hetgeen hierboven is gezegd, n.1. dat moet kunnen worden gewezen op een aan de wettelijke omschrijving beantwoordende en onrechtmatige handeling, die aan zulk een schuldvorm of graad is te wijten als de wet eischt, d.<W. z. die op een strafbedreiging past.

Het passen op een strafbedreiging is dus een nadere eigenschap van ieder strafbaar feit. We kunnen deze eigenschap der handeling ook hare strafwaardigheid noemen.

Deze strafwaardigheid drukt dus niets anders uit, dan dat de schuld der onrechtmatige rechtsfeitsverwerkelijking past op een strafbedreiging. Of echter het feit nu ook metterdaad kan worden genoemd een strafbaar feit, is hiermede nog niet gezegd. Het feit is potentieel een strafbaar feit, of het ook actueel of metterdaad een strafbaar feit is, hangt van andere omstandigheden af, n.1. of de „bijkomende voorwaarden van strafwaardigheid" vervuld zijn.

3. Uit onze bespreking van de dwaling en de schuld is gebleken, dat het opzet niet behoeft gericht te zijn op de strafwaardigheid. Niet zelden wordt gesproken over de dwaling omtrent de strafwaardigheid, zonder dat men met zoovele woorden nader aangeeft op welk bestanddeel men het oog heeft gericht. Men dient hieromtrent geen twijfel te laten, vooral ook met het oog op de veelvuldige verwisseling van strafwaardigheid en beantwoorden aan de wettelijke omschrijving of zelfs van onrechtmatigheid — een en ander in den zin, als door ons is besproken. Zoo zeker bewustzijn der onrechtmatigheid vereischt is, zoo zeker is ook, dat het bewustzijn der strafwaardigheid zonder belang is en in verband daarmee de dwaling omtrent de strafwaardigheid (b.v. oplichter A meent wel, dat hij civielrechtelijk zou kunnen worden aangesproken, maar niet strafrechtelijk).

HOOFDSTUK VI.

§ 31.

Bijkomende voorwaarden van strafwaardigheid.

Lit.: Bel in g, Die Lehre vom Verbrechen, en Grundriss, blz. 54; Man del, Die ausseren Bedingungen der Strafbarkeit, 1912; Kohier, Internationales Strafrecht, 1917.

1. Dat ook, al hebben we te doen met een aan de wettelijke • omschrijving beantwoordende handeling, die onrechtmatig en zóó

Sluiten