Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een algemeen erkend, ook, we hebben er vroeger op gewezen, door onze wet aanvaard beginsel, zijn personen, die zich bevinden op het territorium van een staat, ook aan de voorschriften van dien Staat onderworpen. Niet alle personen evenwel in gelijke mate. Ook nu nog, zij het ook in veel mindere mate dan vroeger, onderscheiden wij tusschen burgers en vreemdelingen. Met dit beginsel en met deze onderscheiding nu staat in verband het beginsel der exterritorialiteit.

Men spreekt n.1. van exterritorialiteit, als we te doen hebben met een uitzondering op het beginsel, dat de staat zijn recht kan toepassen tegenover ieder, die zich op het territoir van dien staat bevindt; het is een uitzondering op dezen regel, een ,#xemtio". Personen of zaken, op wie deze exterritorialiteit toepasselijk is, die deze exterritorialiteit hebben of bezitten, noemt men exterritoriale personen of zaken.

3. Wie bezitten deze exterritorialiteit? Voor zoover deze exterritorialiteit met het strafrecht in verband is gebracht komen de volgende categorieën in aanmerking. Ze komt toe aan personen en zaken. Exterritoriale personen zijn, althans volgens sommige schrijvers, de vreemde Staatshoofden, de gezanten, de consuls, de legerafdeelingen en de bemanning van oorlogschepen. Ze komt voorts, als reëele exterritorialiteit, toe aan de oorlogschepen, aan de verblijfplaatsen, gebouwen en roerende goederen van de exterritoriale personen. Ook te dezen aanzien heerscht echter verschil van gevoelen.

a. Onder het hoofd van den Staat wordt niet alleen verstaan de monarch, maar ook het republikeinsche Staatshoofd. Deze opvatting gold trouwens reeds bij verschillende schrijvers vóór den oorlog.

Met het Staatshoofd wordt te dezen aanzien gelijk gesteld de regent en de vertegenwoordiger van het Staatshoofd (b.v. de Minister van Buitenlandsche Zaken).

Het is betwist of de exterritorialiteit ook toekomt aan de familie en het gevolg van het Staatshoofd. Het heerschend gevoelen sluit de exterritorialiteit voor de familie uit. Echter is de praktijk dikwijls geneigd te geven deze exterritorialiteit althans in sommige opzichten aan de familie van het Staatshoofd feitelijk te verleenen. Geen eenstemmigheid heerscht over de voorwaarden der exterritorialiteit van het Staatshoofd. Als regel geldt wel, dat de exterritorialiteit alleen wordt verkregen, als het Staatshoofd erkend is door en niet tegen den wil, of wel volgens anderen, met toestemming van de regeering van het vreemde land zich aldaar ophoudt1) en voorts, hij zich aldaar

x) Dat wil nog niet zeggen, voor ambtelijke doeleinden.

Sluiten