Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wetgeving van Beieren en Pruisen in het Duitsche en Oostenrijksche strafwetboek (Verbrechen, Vergehen, Uebertretungen). Uiteraard heeft deze onderscheiding toen deze door de C. P. was overgenomen ook bij ons gegolden tot 1886. Toch was hare beteekenis uitermate verzwakt door de wet van 1854, die verschillende misdaden tot wanbedrijven maakte, doordat de strafbedreiging gewijzigd werd (in plaats van crimineele straffen werden correctioneele straffen bedreigd, ze werden „gecorrectionaliseerd") en doordat nu het stelsel der verzachtende omstandigheden algemeen kon worden toegepast en dus niet meer, zooals tot dusver, beperkt was tot de wanbedrijven.

Bij de totstandkoming van ons Wetboek van Strafrecht is deze drieledige onderscheiding prijs gegeven en is de tweeledige onderscheiding tusschen misdrijven en overtredingen aanvaard. Men achtte de drieledige onderscheiding niet meer houdbaar.

10. Een andere onderscheiding niet de kwantiteit maar de kwaliteit betreffende, treedt op bij het begin der „Aufklarung" en het opkomend streven naar codificatie — de onderscheiding tusschen politie-onrecht en crimineel onrecht, tusschen politie-delicten en crimineele delicten.

Deze onderscheiding heeft er toe geleid1), dat deze politiedelicten nu eens in het wetboek van strafrecht werd opgenomen naast en gescheiden van de crimineele delicten (Beieren 1813, Oldenburg 1814, Code Pénal 1810, Ned. Ontwerp 1827), dan weer, dat naast een wetboek van strafrecht (de crimineele delicten) een wetboek van politie-strafrecht (de politie-delicten) kwam (Oostenrijk, Würtemberg, Hannover, Hessen, Beiersch Ontwerp van 1822), of wel dat de politie-delicten buiten de strafwet werden gehouden met verwijzing naar bijzondere wetten en verordeningen (Fransche wetgeving van 1791, Crimineel Wetboek van 1809).

a. Over het criterium dezer onderscheiding heerscht geen eenstemmigheid. Van de oudste pogingen mogen hier worden verm;ld de meening van Grolman, volgens wien politie-delicten zulke delicten zijn, die zich richten tegen rechten, die eerst in den Staat door zijn „polizeilichen Anstalten" werkelijk worden. Hiertegenover staan die delicten, die zich tegen menschen richten en, die onmiddellijk als rechten van de menschen of den Staat zich voordoen-).

b. Weer anderen zochten een ander criterium. In het laatst der

J) Zie van Hamel, t.a. p., blz. 219 en 220. 2) Kriminalrechtsverbrechen, 4e Aufl. 1825, § 27.

Sluiten