Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze fragmentaire reehtsfeitsverwerkelijking valt nu als verschijningsvorm van het delict, waartoe het een poging is, m. a. w. welks rechtsfeit ze fragmentair verwerkelijkt (b.v. doodslag), onder een afgeleide, onzelfstandige strafbedreiging (cf. § 6). De wet duidt deze fragmentaire reehtsfeitsverwerkelijking aan met de woorden „begin van uitvoering" (Anfang der Ausführung; commencement d'exécution).

Een begin van uitvoering is er dus, als de dader wel begonnen is het rechtsfeit te verwerkelijken, maar dit niet tot een einde, tot „voltooiing" brengt.

Alleen het rechtsfeit is hier beslissend. Het oogmerk b.v. bij „diefstal" behoort niet tot het rechtsfeit. De pogingshandeling bestaat daarom hier in een begin der uitvoeringshandeling, n.1. het wegnemen van een zaak, die geheel of ten deele aan een ander toebehoort. Op een begin der toeeigeningshandeling behoeft niet te worden gewezen.

Begin van uitvoering is, het moge hier in herinnering worden gebracht, iets anders dan voorbereiding, en moet daarvan wel worden onderscheiden!

Want de voorbereidingshandeling beantwoordt nog piet aan de wettelijke omschrijving, noch is ze een fragment daarvan. Zij ligt aan gene zijde van de grens, van waaraf dat rechtsfeit verwerkelijkt begint te worden, van waaraf de uitvoering begint. Poging is echter anderzijds niet meer dan een begin van uitvoering.

Zij is dus niet volledige uitvoering, want het slotstuk ontbreekt.

Dit laatste nu is in twee gevallen denkbaar:

a. de dader heeft alle handelingen verricht, die noodig zijn1) om het aan de wettelijke omschrijving beantwoordend gevolg teweeg te brengen; niettemin is het gevolg niet ingetreden. Men spreekt dan wel van voltooide of voleindigde poging (beendigter of beendeter Versuch, delictum perfectum, conatus proximus, tegenover delictum consummatum). Drieërlei is nu mogelijk: het intreden van het gevolg is nog twijfelachtig (de verwonding, met het opzet om te dooden toegebracht, is levensgevaarlijk, maar het is nog niet zeker dat de dood zal intreden); het niet-intreden is zeker, het gevolg kan nimmer intreden (de verwonding is te licht). In het laatste geval spreekt men wel van mislukte poging (fehlgeschlagener Versuch) of ook van mislukt misdrijf (delit manqué).

b. de dader heeft niet alle vereischte handelingen of de vereischte

!) We nemen dus hiermede een objectief standpunt in (handelingen, die noodig zijn), niet komt het aan op wat de dader noodig oordeelde. Zie echter M e y e r-A 11 f e 1 d, t. a. p., blz. 192, noot 15.

Sluiten