Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

modaliteit is aangegeven of de handeling naar haar begrip een bepaalde hoedanigheid onderstelt) en zulk een moment, dat onverdraagbaar is. Alleen in het laatste geval is middellijk daderschap mogelijk.

Bezien wij nu eenige kwesties, die zich in deze aangelegenheid hebben voorgedaan (cf. v. Hamel, Sim ons, e. a.).

a. Kan een niet-gehuwde overspel doen plegen?

Men heeft op deze vraag verschillend geantwoord.

Ons standpunt is op grond van het voorafgaande wel eenvoudig. Wij antwoorden, deze vraag is strafrechtelijk geen vraag, omdat het delict overspel een formeele wettelijke omschrijving heeft, althans volgens redelijke interpretatie. De voltooide vleeschelijke gemeenschap bestaat immers reeds bij de vereeniging van de geslachtsdeelen van man en vrouw1) (geen emissio ook niet immissio seminis of zelfs nog een ander of verder vervolg is vereischt). In en met de hier bedoelde handeling is het rechtsfeit verwerkelijkt; van een gevolg uit de handeling voortvloeiend spreekt de wet niet. We hebben dus hier te doen met de verwerkelijking van een formeel rechtsfeit, waarbij het vraagstuk van middellijk daderschap niet aan de orde kan komen.

Men2) heeft gemeend, dat er geen enkel principiëel verschil is tusschen het hier besproken geval en dit andere, dat een man zonder armen een ander, door hem onder hypnose gebracht, een derde doet doodschieten. Deze bewering is o. i. echter alleen dan juist, als men geen acht slaat op de wettelijke omschrijving. Doet men dit wel — en voor ons huidig recht is dit volstrekt geboden — dan valt toch in het oog, dat hier een principieel verschil wel degelijk bestaat. Want dan zien we, dat de wet geen wettelijke omschrijving kent voor „doodschieten" als zoodanig en nog veel minder voor een „doodschieten met of zonder armen". Naar de gangbare, met het spraakgebruik o. i. evenwel strijdende, opvatting, is iedere wijze van oorzaak-zijn voor de verwerkelijking van het rechtsfeit van art. 287 Sr. voldoende; elke relatie, elke modaliteit ontbreekt in de wettelijke omschrijving, behalve dan dat een ander van het leven moet beroofd zijn. Natuurlijk valt o. a. ook doodschieten onder de wettelijke omschrijving van art. 287 Sr.. Intusschen „onder andere"; niet alleen doodschieten, maar iedere andere wijze van oorzaak-zijn. Wie deze oorzaak stelt, verwerkelijkt het rechtsfeit van art. 287 Sr.. Bij overspel is dit geheel anders. Hier vraagt de wet niet naar een gevolg,

1) Cf. H. R. 5 Februari 1912, W. 9292.

2) Zoo Oer bert Schol ten, in T. v. Strafr., dl. XXVI. blz. 349.

Sluiten