Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wet noemt giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding.

Deze opsomming is niet, zooals in het Duitsche wetboek, enuntiatief maar, evenals in het Fransche, limitatief. Daarom is er geen uitlokking, indien als middel gebezigd is b.v. overreding, aanbeveling, verzoek, enz..

De hier aangegeven middelen mogen hun karakter van uitlokkingsmiddelen niet verliezen. Misleiding b.v. mag niet van dien aard zijn, dat daardoor de misleide komt te verkeeren in een dwaling, die de schuld uitsluit; bedreiging mag niet zóó zijn, dat zij in wezen niets anders is dan overmacht, die de onrechtmatigheid uitsluit. Hetzelfde geldt voor geweld. Is immers het geweld van dien aard, dat daardoor een noodweertoestand ontstaat, dan is er geen strafbaar feit en dus ook van uitlokking daartoe geen sprake meer.

Mutatis mutandis is hetzelfde toepasselijk bij misbruik van gezag, van dien aard, dat daardoor de „uitgelokte" komt te verkeeren in den toestand van art. 43 Sr.; dan hebben we wederom niet te doen met een strafbaar feit van den uitgelokte, wijl de „uitlokker" hier metterdaad het feit zelf pleegt en wel als middellijk dader.

De uitlokking kan geschieden al of niet in het openbaar; ze kan zich richten tegen een enkel persoon of tegen vele. Ze kan mondeling of schriftelijk, zelfs stilzwijgend geschieden.

d. Zal van uitlokking kunnen worden gesproken, dan moet een derde bewogen zijn door een dezer middelen om het strafbaar feit te plegen en dit nu ook gepleegd hebben, althans poging daartoe hebben gepleegd. Tusschen de uitlokking en de hoofdhandeling moet causaal verband bestaan. Alleen voorzoover de uitgelokte door hen, die deze bepaalde middelen bezigden, werd bewogen, is de uitlokker strafbaar.

Het kan zijn, dat weliswaar een dezer middelen is aangewend, dat eveneens het feit, waartoe iemand een ander wilde bewegen, gepleegd is, terwijl toch niet van uitlokking kan worden gesproken, wijl deze inderdaad door andere dan in de wet omschreven factoren of op andere dan in de wet aangewezen wijzen is bewogen. Dan is de hoofddader niet iemand, bij wien werd uitgelokt, maar een, die uit anderen hoofde voornemens was, het feit te plegen, een „alias of omnimodo facturus".

4. Denkbaar is, dat andere factoren hebben meegewerkt. Dit sluit dan evenwel het causaal verband tusschen de uitlokkingshandeling en de uitgelokte handeling en dus de uitlokking niet uit. Er is geen reden om alsdan van intellectueele medeplichtigheid te

Sluiten