Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorts zulke, die het gebied der schuld betreffen, b.v. de praemeditatie in geval van art. 301 en 303, dan, het motief (b.v. winstbejag), een bepaalde schakeering van opzet. Dan zulke, die behooren tot de bijkomende voorwaarde van strafwaardigheid, b.v. het intreden van den dood bij mishandeling, art. 301 Sr.. Voorts recidieve, art. 44 enz. Sr..

Siraiverminderend werken b.v. de persoonlijke hoedanigheid van „jeugdige personen", de werking van vrees bij het te vondeling leggen of het oogmerk in art. 259 Sr..

9. In al deze gevallen geldt nu, dat deze omstandigheden bij de toepassing der straf alleen in aanmerking komen bij dien hoofddader of uitlokker of medeplichtige of mededader, die ze persoonlijk betreffen.

§44.

Deelneming bij delicten door middel van de drukpers gepleegd.

Lit.: S i m o n s, De vrijheid van drukpers in verband met het wetboek van Strafrecht, diss. Leiden, 1883.

1. Onder drukpersdelicten verstaan wij zulke, die bestaan in de als zoodanig strafbare openbaring van gevoelens en gedachten, tot het publiek gericht en door middel van de drukpers gepleegd 1). iMet de publicatie van den inhoud is de rechtsfeitsverwerkelijking afgesloten; deze publicatie is het slotstuk. Vereischt is dus een gedachte of gevoelen, van misdadigen aard, gericht tot het publiek en de publicatie hiervan. De misdadigheid bestaat daarin, dat de inhoud b.v. beleedigend, opruiend is. Het misdadige moet evenwel in het stuk zelf liggen, in den inhoud daarvan. Doordat b.v. van zulk een stuk een bepaald gebruik wordt gemaakt, dat de wet sanctionneert, is er nog geen drukpersdelict. Daarom is geen drukpersdelict, oplichting gepleegd door middel van een geschrift; al evenmin het verspreiden van geschriften voor de eerbaarheid aanstootelijk. Ook is geen drukpersdelict, de schending van geheimen (art. 98, 272, 273, 372, 374 Sr.), want hier is niet een openbaring van gedachten of gevoelens vereischt, noch ook de publicatie. Ook inbreuk op het auteursrecht is geen drukpersdelict2).

') Zie van Hamel, t. a. p., blz. 488.

-) Vgl. arr. H. R. van 29 April 1895, W. 6647; zie voorts, Hof 's-Gravenhage van 3 Januari 1895, W. 6646.

Sluiten