Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgedacht van het subjectieve leed, dat zij veroorzaken kan en zal, altijd „schadelijk" is. En dan, als na het plegen van het feit die gezindheid zich ten goede heeft gekeerd, die gevaarlijkheid geweken is, zou de straf hoegenaamd geen zin meer hebben.

Dat de strafmaat in dezen gedachtengang geheel onafhankelijk van dat, wat de dader mocht hebben misdaan, moet worden beoordeeld, is zonder meer duidelijk. >

Het is wel voor geen betwisting vatbaar, dat ons recht niet één dezer, toch onvermijdelijke consequenties aanvaardt, in beginsel wordt nergens in ons. strafrecht met het symptomatisch karakter van het delict rekening gehouden1).

j\ Veilig mag dan ook worden vastgesteld, dat ons strafrecht met IVdeze symptomatische beschouwing onvereenigbaar is; wie zich rekenschap geeft van de structuur, den bouw onzer strafrechtsorde, kan \ dat kwalijk loochenen. Vooral, als we acht slaan op de omstandigheid, \ dat ons recht toch is opgebouwd op de wettelijke omschrijvingen. Zoolang men aan deze wettelijke omschrijvingen vasthoudt — ook Ferri2) zal hiertoe genoodzaakt zijn — is een symptomatische opvatting met het (huidige) strafrecht niet te rijmen. Men kan het betreuren, dat deze rechtsfeiten er eenmaal bestaan; men kan wenschen, dat ze hoe eer hoe liever uit het strafrecht verdwenen. Dat deze wensch echter ooit in vervulling zou gaan achten wij. uitgesloten; als deze wettelijke omschrijvingen een kwaad zijn, dan. zijn ze, althans voorhands, een onvermijdelijk kwaad.

Men wijze er niet op, dat ook in de symptomatische opvatting behoefte blijft bestaan aan rechtszekerheid, dat ook in een symptomatisch strafrecht er tegen moet worden gewaakt, dat rechterlijke willekeur de burgerlijke vrijheid zou verkorten, m. a. w. dat er du3 ook wettelijke omschrijvingen zouden moeten zijn. Immers dit is hier niet ter zake dienende. Het gaat hier toch niet om de kwestie, hoe in een symptomatisch strafrecht gewaakt wordt tegen rechterlijke willekeur, maar hierom, of een symptomatisch strafrecht behoefte heeft aan wettelijke omschrijvingen. Anders gezegd, of de wettelijke omschrijvingen kunnen worden gebezigd om dienst te doen als een niet twijfelachtig gevaarlijkheidssymptoom. Dit nu is, meenen wij, volstrekt te ontkennen. Daartoe zijn de huidige wettelijke omschrijvingen eerst in de allerlaatste plaats geschikt en geschapen'.

i.) Zoo o. a. Beling, Die Vergéliungsidee, blz. 59 v.; Nagler,. Verbrechensprophylaxe, blz. 231 en 232; May er, t. a. p., blz. 230 noot. *) Zie Aanhangsel § 3 en 4, Hoofdstuk Criminologie.

Sluiten