Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelen", liet cultuurbewustzijn. Als ^/-a/middel, als middel dus waardoor de straf wordt toegevoegd, b.v. door gevangenis enz., kan in beginsel in aanmerking komen alles, wat geschikt is, als een leed te worden gevoeld. De wetgever moet dus uit vele mogelijkheden kiezen. Naar het goeddeels overeenstemmend gevoelen van vele schrijvers (van Hamel, Sim ons, Doerr, Jan ka, Gewin, Kohier, Finger, e. a.) dient de wetgever zich, en te recht, bij ' zijn keuze uit deze vele mogelijkheden te laten leiden door de volgende overwegingen:

a- De_slral moet humaan, zijji, d. w.z. de straf moet overeenstemmen met ons nationaal humaniteitsgevoel. Ze moet menschelijk blijven. Op grond van deze overweging wordt terecht de verminkende straf algemeen -veroordeeld; zoo ook de vasectomie bij zedelijkheidsdelicten, zoo ook de „Prügelstrafe".

b. De _slraj_moet zedelijk zijn, d. w. z. ze moet niet een ^erking hebben, die voor den bestrafte onzedelijk is, die hem depraveert. Dit is het geval, als de straf een blijvènde benadeeling van de lichamelijke en geestelijke gezondheid van het subject ten gevolge heeft; ais de straf zoodanig werkt, dat, is ze ondergaan, de gestrafte zich moeilijk, in de maatschappij teruggekeerd, kan staande houden. Niet zonder grond heeft men tegenwoordig ook uit dezen hoofde ernstige bezwaren tegen de celstraf; zoo worden ook beschimpende straffen op die grond afgekeurd, en ook de gequalificeerde doodstraf. '* c• De straf moet gelijkmatig yY)n, d. i. voor hen, die ze ondergaan, moet ze zooveel mogelijk als voor allen gelijk worden gevoeld: daarom worden op dien grond ook de lichamelijke kastijding, vaste geldboeten, verbanning veroordeeld.

-- d. De straf moet zooveel mogelijk alleen persoonlijk werken; alleen hem betreffen, die ze verdiend heeft. Uit dien hoofde is een geldboete veroordeeld, die zoo hoog is voor den betroffene, dat ook zijn gezin daardoor te zeer wordt getroffen, in het bijzonder gold dit voor de verbeurdverklaring van het geheele vermogen. Ook is daarmede veroordeeld de voltrekking der geldboete na den dood van den schuldige op de nalatenschap.

e- De straf—moet—individualiseerend, werken, d. w. z. dezelfde straf moet, als uitvloeisel van c. en d., voor de verschillende individuen afzonderlijk, gelijk zijn. Ook uit dezen hoofde wordt ten onzent en niet ten onrechte, het huidige gevarigenisstelsel veroordeeld.

/. De straf moet deelbaar zijn, d. i. met den graad der schuld moet rekening kunnen worden gehouden; daarom is een absolute strafbedreiging te verwerpen.

Sluiten