Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf (voldoende) aannemelijk is gemaakt, althans schijnt gemaakt te zijn.

Daarbij komt, dat de psychologie van het wilsproces niet een voldoende verklaring kan geven, zonder de hypothese van het on- of onderbewuste te hulp te nemen. Een beroep op de kracht van den wil als redelijk en bewust streven, is dus hier niet voldoende;, want het is dan niet de „bewuste wil" als zoodanig, die de in b bedoelde „kracht" heeft.

d. Men kan de bewustzijnsverschijnselen op tweeërlei wijze tot voorwerp van onderzoek maken. Men kan ze, nog onder den frisschen indruk van hun optreden, weer voor den geest roepen en ze alsdan weergeven, beschrijvend dus wat we beleefden (de subjectiveerende beschouwing), maar we kunnen ze ook onaanschouwelijk denken, ze aldus voorwerp van ons ik maken, door te beschrijven wat aan ons bewustzijn tegenover staat. Zou het nu mogelijk zijn, de wilsverschijnselen door innerlijke aanschouwing te onderzoeken, dan zou misschien een oplossing langs psychologischen weg zijn te verkrijgen. Dit schijnt echter uitgesloten. Immers wij kunnen de v:ilsverschijnselen niet tegelijk beleven en toch weer ook als voorwerp, aan onzen geest tegenover stellen; slechts nadat wij ze beleefd hebben kunnen we ze weer voor den geest roepen. Doen wij dat, . dan hebben we het gevoel, dat ons ik veel inniger aan deze verschijnselen deel heeft genomen, dan wanneer wij deze verschijnselen objectiveerden. Nu zien wij, dat de objectiveerende psychologie in het bijzonder wordt beoefend door deterministen, de subjectiveerende door indeterministen; dat de resultaten der objectiveerende psychologie ook meer pleiten voor de juistheid van het determinisme,, de subjectiveerende meer bijdraagt voor de waarschijnlijkheid van het indeterminisme.

Was nu nog maar het antwoord op de vraag: zullen we de subjectiveerende, dan wel de objectiveerende psychologie. toepassen, afhankelijk van, of liever bepaald door, de psychologie zelf — dan zou daarmede veel bereikt zijn, en althans door de subjectiveerende psychologie de groote waarschijnlijkheid der wilsvrijheid kunnen worden aangetoond. Maar ook dat is niet het geval, omdat het antwoord op deze vraag veel meer afhangt voor trans-of metapsychologische overwegingen. Een beslissing in definitieven zin, is daarom op psychologisch gebied uitgesloten.

6. Is een Ethiek enz^mogelijk zon dereen (relatie ve) wilsvrijheid?

a. In het algemeen volgt uit het feit, dat de ethiek normen geeft voor ons gedrag, nog niet, dat wij in staat zijn ons willen

Sluiten