Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze brengen, evenals deze, leed en veelal van den zelfden aard, als dit met straf het geval is. Niettemin zijn ze geen straf; want het intreden dezer maatregelen is niet gebonden aan het plegen van een strafbaar feit — elk plichtsverzuim kan voldoende zijn. Bovendien is niet de Overheid als zoodanig gerechtigd de toepassing dezer maatregelen te vorderen. Wel is mogelijk, dat dezelfde rechter, die ook voor de berechting van strafbare feiten competent is, ook is aangewezen disciplinaire maatregelen op te leggen (zoo de Hooge Raad art. 11 en 13 R. O. en Wet op het Notaris Ambt. art.50 d.), ook, dat van den Staat deze tuchtmaatregelen uitgaan, (de z.g.n. „Dienststrafen ). Maar dit is met het voorafgaande niet in strijd; het een sluit het ander niet uit. Uit een en ander volgt o. i., dat de algemeene leerstukken op het disciplinaire recht niet van toepassing zijn; dat in het bijzonder art. 1, de bepalingen omtrent vervolgings\erjarirtg, omtrent het ne bis in idem en den samenloop hier zijn uitgesloten, cumulatie van straf en tuchtmaatregel dus niet ontoelaatbaar moet worden -geacht, tenzij de wet anders bepaalt, in het bijzonder een keuze laat tusschen een disciplinairen maatregel en straf, zooals in de Wet op de Krijgstucht is geschied. Ook de Invoeringswet wenschte, blijkens art. 3 in fine, disciplinaire voorschriften niet beschouwd te zien als bepalingen bedoeld onder letter d van dit art. 3.

3. De straffen kunnen naar verschillende gezichtspunten worden onderscheiden.

a. Let men op het belang, dat door de straf wordt getroffen, anders gezegd, let men op den aard van het strafleed, dat moet worden geduld, dan kan men de straffen onderscheiden in zulke, die zich richten tegen of liever betreffen, leven, lijf, vrijheid, vermogen, eer en rechten.

Lijfstraffen zijn straffen, die bestaan in een kastijding aan den lij\e. Vrijheidsstraffen zijn zulke, die de vrijheid ontnemen (b.v. gevangenisstraf of hechtenis) of wel deze beperken (b.v. de uitbanning); de eerste noemt men wel opsluitingsstraffen, de tweede vrijheidsbeperkende straffen. Vermogensstraffen bestaan in een inperking of ontneming van het privaatrechtelijk vermogen op grond \ an een rechterlijk vonnis. Straffen in eer en rechten zijn die straffen, waardoor de eer of de rechts- of handelingsbevoegdheid geheel of ten deele wordt aangerand of ontnomen.

b. Al naar gelang de mogelijkheid, in concreto meerdere straffen met elkaar te verbinden, onderscheidt men hoofdstraffen en bijkomende straffen.

Sluiten