Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strafgevangenissen zijn voor hen, die levenslange of tijdelijke gevangenisstraf doch dan voor meer dan 5 jaar moeten ondergaan; voor mannen in Leeuwarden, voor vrouwen in een deel van de gevangenis te Rotterdam. Zij, op wien wegens hun hoogen ouderdom of om gezondheidsredenen, de celstraf niet mag worden toegepast, komen bij een straftijd van minstens drie maanden, doch minder dan vijf jaren, wat de vrouwen betreft in de bijzondere strafgevangenis in Rotterdam, wat de mannen betreft, in die te 's üravenhage, in welke gevangenis tevens een afzonderlijke afdeeling bestaat voor tuberculoselijders en voor hen, die ter observatie in verband met hun psychischen toestand uit andere gevangenissen zijn opgenomen.

Toen in de oorlogsjaren door de toenemende criminaliteit een bedenkelijk te kort aan plaatsruimte voor de veroordeelden en daarmede een even bedenkelijke achterstand in de executie van straffen ontstond, is de wetgever er toe overgegaan, hierin te voorzien bij de wet van 22 November 1918, Stbl. 607, evenwel voor „de tegenwoordige omstandigheden"1). Opmerkelijk is in het bijzonder art. 1 dezer wet, bepalend, dat iedere gevangenisstraf, militaire daaronder begrepen, in gemeenschap kan worden ondergaan. De straf kan, volgens art. 2 dezer wet, worden ten uitvoer gelegd in alle bijzondere strafgevangenissen, in alle huizen van bewaring, op andere plaatsen, door den Min. van Justitie aan te wijzen, een en ander overeenkomstig de regelen door den Minister te stellen. Krachtens deze wet werd nu een der gestichten te Veenhuizen (n.1. het gesticht Veenhuizen 1) bestemd voor hen, die tot gewone gevangenisstraf veroordeeld waren; de straf werd in gemeenschap ondergaan, niet alleen gedurende den arbeid, maar ook in de uren van rust en ontspanning. Voorts werd in 1919 een begin gemaakt met ontginningsarbeid; met het cellulaire systeem werd dus geheel en al in deze „open-lucht-gevangenis" gebroken.

Volgens het laatste lid van art. 5 dezer wet behoort, zoodra de toenmalige omstandigheden hebben opgehouden te bestaan, een voorstel tot intrekking dezer wet te worden gedaan. Toen deze omstandigheden inderdaad hadden opgehouden te bestaan, de criminaliteit belangrijk was gedaald en de achterstand in de tenuitvoerlegging der gevangenisstraffen was ingehaald, had de instandhouding van deze openlucht-gevangenis niet meer die reden van bestaan,

') Zie ook Maandblad voor Berechting en Reclasseering, enz., 2e Jaargang, April 1923, blz. 94—97.

Sluiten