Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. De gronden, die voor het behoud (en, of) wederinvoering van de doodstraf worden aangevoerd zijn bij voorkeur de deugdelijkheid van de doodstraf tot afschrikking en van Gereformeerde zijde het verwijzen naar de Heilige Schrift, alwaar, zoo meent men, de doodstraf met zoovele woorden is voorgeschreven met name Genesis 9 : 5 en 6, Handelingen 25 : 11, Romeinen 1 : 32, 13 : 4.

Wat het laatste aangaat, o. i. is deze uitlegging der Heilige Schrift niet zoo boven allen redelijken twijfel verheven, dat daarop door den wetgever — ook een wetgever, die het gezag der H. S. aanvaardt — als op een eeuwige onveranderlijke norm voor iederen wetgever en onder alle omstandigheden kan worden voortgebouwd. Daarbij komt, dat schier niemand de consequentie daarvan durft aanvaarden voor het huidige recht; immers consequentie eischt, dat de doodstraf gesteld wordt op elke opzettelijke levensberooving, onafhankelijk van de motieven, de persoon van den dader, het milieu, houding van het slachtoffer, enz.. En niet alleen, dat ze gesteld wordt, d. w. z. bedreigd, maar ook dat ze wordt toegepast, zou dan eisch zijn van dit beginsel, of deze opvatting. O. i. is dat weinig aannemelijk.

Tegenover het beweren, dat de doodstraf een uitnemend afschrikkingsmiddel zou zijn, staat dat van anderen, die zulks loochenen — naar het schijnt met evenveel recht.

Het zijn tenslotte twee vragen die de doodstraf aan ons stelt. Is doodstraf doelmatig? Is de doodstraf toelaatbaar? Dat de doodstraf toelaatbaar is in dien zin, dat de Overheid een recht heeft „desnoods" het menschelijk leven op te eischen, wordt vrijwel en te recht algemeen toegestemd. Iets anders is het te meenen, dat er een gebod is, dat met ter zijde stelling van elke sociale doelgedachte doodstraf gebiedt: twijfel omtrent het laatste sluit volstrekt niet in zich twijfel omtrent het eerste. De alles beheerschende kwestie is dus thans deze: is de doodstraf een „deugdelijk strafmiddel", zoo ja, dan staat hare bedreiging en hare toepassing geen principieelen hinderpaal meer in den weg. Hoe te oordeelen over de „doelmatigheid'' der doodstraf?

Men wijst op de onherstelbaarheid der doodstraf, als ze eenmaal is ten uitvoergelegd, terwijl dwaling bij den rechter mogelijk is. Nu moge wellicht in dit argument bij deze of gene eenige overdrijving schuilen, het is toch kwalijk te loochenen, dat dit argument zwaar dient te wegen.

Men wijst er op, dat de doodstraf de gelegenheid tot bekeering afsnijdt. Wordt „bekeering" hier gebezigd als een religieuse categorie en van uit het standpunt der christelijke religie, dan mist dit

Sluiten