Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1912 tegen souteneurs; zoo in Montenegro de bastonnade bij diefstal. Bij een wet van 1 April 1905 is in Denemarken de geeseling bij wijze van proef en voor mannen tusschen 18 en 50 jaar aanvaard, die zich hadden schuldig gemaakt aan zware gewelddadige aanrandingen en sexueele delicten tegen kinderen in geval van herhaling; deze wet is echter in 1912 afgeschaft.

3. Tegen de lijfstraffen worden verschillende bezwaren ingebracht, die, ten deele althans, zeker niet ongegrond zijn1).

Al dadelijk eischt de lijfstraf, zal ze doelmatig d. i. deugdelijk zijn, dat ze worden geëxecuteerd door personen, die daartoe geschikt zijn, die in het bijzonder daartoe de noodige objectiviteit en ernst bezitten. Personen te vinden, die deze eigenschappen bezitten en bereid zijn deze straf te executeeren, zal wel zeer moeilijk zijn.

Dan, wil de kastijding zin hebben, dan moet ze worden toegediend onmiddellijk na het plegen van het feit. Behalve dat ze slechts bij bepaalde delicten in aanmerking kan komen, kan van een doelmatige kastijding alleen dan sprake zijn, als het feit en de dader onmiddellijk bekend wordt. Het huisgezin is daarom een meer geschikt territorium, dan de „Staat" en daarom is ze ook meer geschikt als tuchtmiddel dan als straf.

Zedelijke verheffing zal van de toepassing kwalijk kunnen worden verwacht; de kastijding zal meer verbitteren dan tot zedelijken ernst stemmen. Ook ervaringen, opgedaan in Australië, schijnen dit te bevestigen.

Ongetwijfeld heeft met name de kastijding een verschillende werking naar gelang de persoon, wien ze geldt. Maar dat geldt evenzeer voor de vrijheidsstraffen.

Het is zeker waar, dat een gedeelte der delinquenten alleen voor physiek lijden gevoelig zijn, maar dat kan vooreerst zonder meer de toepassing van de lijfstraffen, uitsluitend voor deze delinquenten, niet rechtvaardigen, nu zooveel ernstige bezwaren daartegenover staan 2). Bovendien schijnt de vrees voor kastijding grooter te zijn dan de indruk, dien de toegepaste kastijding te weeg brengt, vooral als deze straf reeds eenmaal is ondergaan.

Eindelijk, zij, die voor deze straf gevoelig zijn, zijn juist niet altijd die personen, die deze straf het meest noodig hebben.

*) Zie Gewin, t. a. p., blz. 256—258; van Hamel, t.a.p., blz 534—537.

2) Vergelijk over andere maatregelen als b.v. de vasectomie en de sterelisatie in het algemeen, o. a. H in tig, Strafrecht und Auslese, 1914, blz. 53, 54, 107, A s c h a f f e n b u r g, in Zeitschrift, Bd. 36, blz. 689'

Sluiten