Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Verder is mogelijk, dat een en dezelfde handeling een rechtsfeit verwerkelijkt, terwijl bovendien een of meer momenten van dat rechtsfeit meermalen verwerkelijkt worden, b.v. door en schot worden 4 personen gedood, met één greep worden tien bankbiljetten uit de lade weggenomen.

Dit is de onechte of gelijksoortige eendaadsche samenloop (concursus idealis homogenius, gleichartige Idealkonkurrenz).

c. Het kan voorts zijn, dat verschillende handelingen van een en denzelfden persoon tegelijkertijd of achtereenvolgens meerdere zelfstandige strafbare feiten opleveren. Hebben we te doen meteen herhaling (Wiederholung) van het zelfde delict, dan spreken we van gelijksoortigen meerdaadschen samenloop; worden verschillende delicten zelfstandig gepleegd, dan hebben we te doen met ongelijksoortigen meerdaadschen samenloop (Deliktshaufung).

d. Verschillende handelingen van een en denzelfden persoon hebben meermalen het indentieke rechtsfeit verwerkelijkt, terwijl er tusschen die handelingen zulk een nader aan te geven verband bestaat, dat zij gezegd kunnen worden bij elkaar te behooren, één casus, een geval uit te maken. Dit noemen wij samenhoorigheid van handelingen (samengestelde eenheidsvorm, Handlungszusammengehörigkeit); b.v. twee stompen van een en denzelfden persoon worden tegelijkertijd of achtereenvolgens aan A toegebracht1).

e. Voorts is mogelijk dat verschillende handelingen van een en denzelfden persoon verschillende rechtsfeiten verwerkelijken, b.v. A pleegt eerst diefstal en verzet zich bij zijn aanhouding te dier zake tegen den hem arresteerenden politieagent. Dit is echte of ongelijksoortige, meerdaadsche samenloop (concursus realis heterogenius ).

f. Eindelijk kan worden gewezen op het geval, dat een en dezelfde handeling weliswaar meer dan een rechtsfeit verwerkelijkt, maar toch slechts één strafwet in aanmerking komt, hetzij, omdat het «ene feit tot het andere staat als het algemeene tot het bijzondere (iemand pleegt diefstal met geweld, art. 312 niet 310 Sr.) hetzij, omdat de eene strafwet de onrechts- en schuldwaarde der handeling zoo volkomen uitdrukt, dat nu de andere strafwet buiten beschouwing moet blijven (als metterdaad die eene strafwet nu ook wordt toegepast en deze daardoor de andere consumeert). We hebben dan te doen met de z. g. n. Gesetzeskonkurrenz.

4. Ten aanzien van den concursus idealis, den echten of ongelijk-

!) Zie o.a. Frank, t. a. p., blz. 182, Mayer, t. a. p., blz. 511 v, -zu Dohna, in die Reform des Strafgesetzbuchs, 1910, blz. 410.

Sluiten