Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is. Bij de gevallen van consumtie is dit juist niet zoo, dit hangt af van het concrete geval. En dan ligt het in de rede, dat het terzijde schuiven van de secundaire strafbepaling alleen dan toelaatbaar is, als vaststaat, dat bestraffing, maar ook eerst bestraffing volgens de primaire strafbepaling, de secundaire hare beteekenis doet verliezen.

Nog wordt er aan herinnerd, dat geen consumtie kan worden aangenomen bij exclusiviteit van rechtsfeitsverwerkelijking (diefstal, \ ei duistei ing), noch bij exclusiviteit van schuldgraad. Praemeditatie „consumeert" wel opzet, maar opzet sluit culpa uit. Oepraemediteerde mishandeling consumeert wel eenvoudige mishandeling, maar „doodslag" niet culpooze doodsveroorzaking. Het is dan öf het een öf het ander (alternativiteit) of ook, geen van beide (diefstal of verduistering); art. 287 óf 307 Sr. is toepasselijk.

9. Wat geldt nu ten aanzien van deze „Gesetzeskonkurrenz" volgens onze wet? De wet schijnt althans één dezer gevallen tot samenloop (concursus idealis) te rekenen, blijkens het 2e lid van art. 55 Sr.. Maar dan is deze bepaling overbodig voorzooveel het onder 8a. behandelde betreft; want hier geldt de voor-wettelijke regel: lex specialis derogat legi generali. Aan de gelding van dezen voorwettelijken regel kan moeilijk getwijfeld worden, omdat hare „heerschappij" voorwaarde is voor een „beheersching" der rechtsstof, een a priori der rechtswetenschap. Wil men dezen regel evenwel niet laten gelden, dan is lid 2 zeker niet overbodig. \\ ant bestond het 2e lid niet, dan zou in het geval, dat de speciale bepaling een lichtere straf bedreigde dan de algemeene (dus de geprivilegieerde delicten) volgens het le lid juist de algemeene bepaling, die de zwaarste straf bedreigde, worden toegepast.

Over het geval van consumtie spreekt deze wet niet met zoovele woorden. Hier gelden dan wat onder No. 8 is opgemerkt: lex consumens derogat legi consumptae.

10. Over den concursus delictorum realis, zoowel den onechten als den echten ongelijksoortigen meerdaadschen samenloop wordt gehandeld in art. 57 tot 63 Sr. i).

We hebben hier te doen met meerdere zelfstandige handelingen: verschillende handelingen van een zelfden dader, die meerdere rechtsfeiten verwerkelijken, meerdere „gevallen" opleveren. Over de vraag, hoe nu in zulk een geval behoort te worden gestraft, gaan

l) Verschil in rechtsgevolg bestaat er tusschen echten en onechten concursus realis niet.

Sluiten