Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter zake van een andere, ook buitenlandsche, veroordeeling, in verzekerde bewaring is, art. 77, lid 3 Sr..

c. De verjaring van het recht tot strafvordering wordt volgens art. 72 Sr. gestuit door elke daad van vervolging, mits deze den vervolgde bekend of hem, op bij de wet voor gerechtelijke akten bepaalde wijze, beteekend zij (art. 7 Sv.). Deze daad van vervolging moet een daad van het O. M. zijn; een daad van een niet met vervolging belasten opsporingsambtenaar schorst de vervolging niet; dit is een, de opsporing voorbereidende, handeling-

d. De verjaring van het recht tot tenuitvoerlegging der straf wordt gestuit vooreerst door ontvluchting van den veroordeelde uit een gesticht of uit een inrichting waarin hij zijn straf ondergaat. Vervolgens door herroeping eener voorwaardelijke invrijheidstelling (cf. ar. 77, lid 2 Sr.).

7. De gevolgen der schorsing bestaan hierin, dat de werking van den verjaringstijd rust en weer wordt voortgezet, als de grond van schorsing heeft opgehouden. De gevolgen der stuiting doen de werking van den reeds verschenen verjaringstijd te niet. Er kan wel een nieuwe verjaring beginnen, maar niet komt de vroegere verjaringstijd in aanmerking.

8. Een bijzondere regeling geeft nog art. 77, lid 4 Sr. voor het geval een persoon, tegen wien het bevel, bedoeld bij art. 39 ter. Sr., is uitgesproken, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan onttrekt. Alsdan vangt de termijn der verjaring der gevangenisstraf, die hem overeenkomstig genoemd artikel is opgelegd, aan op den dag na dien, waarop hij den leeftijd van een en twintig jaren heeft bereikt. Ondersteld is dus, dat deze persoon ter beschikking van de Regeering is gesteld en tevens veroordeeld is tot gevangenisstraf.

9. De wet onderscheidt de vervolgingsverjaring („het recht tot strafvordering") en de strafverjaring („het recht tot uitvoering der straf"). Over de systematische plaats van deze vormen der verjaring is hierdoor echter nog niet beslist.

Integendeel, de „strafverjaring" is niet een materieelrechtelijk maar een formeelrechtelijk instituut; na het verstrijken der desbetreffende termijnen wordt niet het jus puniendi gedelgd, maar de overheid verliest hare bevoegdheid om in te grijpen, te executeeren.

Anders is het gesteld met de vervolgingsverjaring. De vervolgingsverjaring is een strafdelgingsgrond: het jus puniendi gaat te niet. Zij is dus van materieelrechtelijke natuur.

Sluiten