Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

être poursuivi ou puni pour aucun délit politique anterieur a 1'extradition, ni pour aucun fait connexe a un semblable delit, ni pour aucun des crimes ou délits non prévus par la présente loi, si non, toute 1 extradition, toute arrestation provisoires sont interditesi). De meeste latere uitleveringswetten en verdragen hebben dit beginsel aanvaard.

De gronden, die voor de niet-uitlevering voor politieke delicten worden aangevoerd, zijn in hoofdzaak de volgende2):

a. De regeeringsstelsels der verschillende staten loopen dikwijle uiteen, het politieke delict kan gestrekt hebben om een staatkundigen toestand in het leven te roepen, die in het land, waarvan de uitlevering wordt gevraagd, wellicht reeds lang werkelijkheid is geworden.

b. Uitgaande van de gedachte, dat een politiek delict geen andere strekking mag hebben, dan te zijn een misdaad in dienst der rechtsidee, dat zich keert tegen een onzedelijken dwang — meent men in het delict een symptoom van een gezindheid te zien, die verre van onzedelijk is.

c. Ook is het wederkeerig vertrouwen in de rechtspleging niet zoo gegrond te noemen, als bij uitlevering ook van politieke delicten toch gewenscht is; vooral de politieke verhouding, de erkenning van het leekenelement in de rechtspraak in het land dat de uitlevering vraagt, rechtvaardigen twijfel te dezen aanzien.

O. i. geven deze overwegingen echter meer psychologische verklaring van den regel, dan hare rechtvaardiging. Immers de zedelijke gezindheid, die bij het delict heeft voorgezeten, sluit toch niet het delict als zoodanig uit (b). Bovendien geeft dit argument geen verklaring van het anarchistisch delict, dat zich in wezen toch richt tegen de staatsorde zonder meer. Dan (a), de omstandigheid, dat het delict gepleegd is tegen een staatsorde, die op een „lageren trap der cultuur" staat, kan wel de daad „zedelijk" rechtvaardigen, maar nimmer aan den dader een titel geven om zich aan de consequenties van zijn daad te onttrekken tegenover den staat, aan wien de uitlevering gevraagd wordt, den dader daarbij te steunen. Eindelijk kan het bezwaar onder c genoemd toch worden ondervangen, door in het desbetreffende tractaat een regeling te treffen, die voldoende waarborgen biedt tegen de geduchte gevaren.

») Zie Kohier, t.a. p., blz. 173.

2) Zie ook Gewin, t.a.p., blz. 101 en 102; van Hamel, t. a. n „ blz. 195. 1

Sluiten