Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en aanstonds het publiekrechtelijk karakter op den voorgrond heeft gesteld en dat het in zijn casuistiek veel heeft bijgedragen tot de ontwikkeling der wettelijke omschrijvingen. Een dogmatiek heeft het Romeinsche strafrecht niet gekend, de algemeene begrippen als opzet, culpa, poging, verjaring, deelneming waren weinige en gebrekkig gevormd. Eerst later, door toedoen van de Italiaanse!^ juristen, kwam hierin verbetering-

5. Evenals n.1. het Romeinsche Privaatrecht is ook het Romeinsche Strafrecht, zij het ook in mindere mate, gerecipieerd. Meer de delictsbegrippen dan de strafsoorten werden overgenomen. Bovendien was ook het gerecipieerde Romeinsche strafrecht niet het strafrecht ook der codificatie, maar in menig opzicht gewijzigd recht.

Sedert de herleving der rechtsstudie hadden de juristen van Italië — waar het Romeinsche recht formeel nog was blijven gelden — aan de ontwikkeling van het Romeinsche strafrecht gewerkt. Vooreerst de glossatoren en de Postglossatoren onder wien in dit verband vooral z o f 1230 (hij schreef een Summa op den Codex), B a r t o 1 u s f 1357 en B a 1 d u_s f 1400 te noemen zijn. Verder zij gewezen op Kanonisten als D u r a n t i s t 1296. Eindelijk mogen hier vermeld worden de z.g.n. Italiaansche practici, waaronder O and in y. s | !300, Jacobus de._B_e..lv i si o f 1335. A r e t i n u s. f 1450. Zij hebben het Romeinsche strafrecht wetenschappelijk beoefend.

QojLilLjQüZê gewesten is het Romeinsche strafrecht gerecipieerd, eerst langs den weg der rechtsgebruiken onder invloed der doctores iuris, begunstigd door de Bourgondische vorsten met hun geI rechtshoven en den Grooten Raad, later, in Mechelen. Uitdrukkelijk / werd het Romeinsche strafrecht bekrachtigd in het edict van Karei den Stouten aan den Grooten Raad in 1462 en, voor zooveel Friesland betreft, door den confirmatiebrief van Ka'rel V van 1524.

§ 3.

Het Germaansche strafrecht tot de 16e eeuw.

Lit.: Behalve naar de werken van Schröder, Brunner, W i 1 d a en Orimm, zij hier vooral verwezen naar H i s, Das Strafrecht des deutschen Mittelalters, dl. I, 1920; Frederiks, Oud Nederlandsch Strafrecht, dl. I, 1918 en Fehr, Deutsche Rechtsgeschichte, 1921.

1. UitgangsÈeèf^ van het oude Germaansche recht was de privaatrechtelijke opvatting van het delict. Het delict was een breuk

Sluiten