Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veeten en gewelddaden, gepleegd niet het minst door vorsten, steden, en andere overlieden, veelvuldig voorkwamen. Dit had ten gevolge dat de Rijksdag te Freiburg in 1518 besloot tot een algemeene reformatie en ordening in het rijk, betreffende de wijze om in criminalibus te procedeeren. Evenwel eerst op den Rijksdag, te / Worms in 1521 werd een commissie benoemd om een ontwerp van ^f^p'TSéngmndslapr van de Ram.be/censis. in te dienen. Zulks geschiedde nog gedurende de zitting van den Rijksdag (le ontwerp van 1521); het kwam echter niet tot een behandeling. Daarna werd een gewijzigd ontwerp ingediend op den rijksdag te Neurenberg in 1524 (2e ontwerp); vervolgens op dien te Spier (3e ontwerp i van 1529); eindelijk op den Rijksdag te Augsburg (4e ontwerp <, van 1530), wat in-ygSL°P den Riiksdag t^ftp.crcnsburc tot wet is verheven. Dit gesmeaüe evenwel" niet, dan nadat op het laatste moment op aandrang van Saxen in de voorrede de z.g.n.__j^cl^^sula_ salvatoria" moest worden ingelascht, bepalende, dat de keurvorsten, vorsten en standen niet zouden worden verkort in hun oude „wohlhergebrachte, rechtsmessigen und billiche gebreuchen". Landsrecht ging dus voor rijksrecht, onmiddellijk of rechtstreeksche gelding kreeg dus de Carolina niet

Grondslag voor de Carolina is de Batnbergensis, die uit dien hoofde wel mater Carolinae wordt genoemd, terwijl men daarnaast den Brandenburgica wel aanduidt als Soror Carolina,£

2. De Codificatie draagt de benaming van die Peinliche Gerichtsordnung Kaiser Kareis V und des heiligen römischen Rechts (P. G.O.); ze wordt ook wel Constitutio Criminalis Carolina (C. C. C.) genoemd.

Over het karakter der Carolina merken we het volgende op. Ze bevat 219 art., die hoofdzakelijk het strafpfójgs regelden; in de art. 140—180 werd gehandeld over het materieele strafrecht. ^ Delicten en straffen werden verdeeld in pijnlijk en niet-pijnlijke; een verdeeling, die van belang is voor de competentie en de procedure.

Het wetboek bevatte ook algemeene leerstukken als noodweer, poging, medeplichtigheid, toerekeningsvatbaarheid; het perkje de verschillende wettelijke omschrijvingen scherp van elkaar af. Sommige delicten zijn uitvoerig behandeld, vooral valschheidsdelicten, zedelijkheidsdelicten, diefstal en levensberooving. De straftheorie van de Carolina wilde de^vergeldingsgedachte van het Romeinsche Recht J en de afschrikkingsgedachte van het Germaansche Recht met elkaar vereenigen.

Sluiten