Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dank zij opvoeding, gewoonte enz. staan de praemissen vaak zoo vast, dat de conclusie bij subsumtie van het eenvoudige, concrete, geval, schier onmiddellijk volgt. Toch is dit proces niet «onvrij». Hoezeer dit soms schijnbaar mechanisch plaats grijpt, is het veelal een gevolg van vroegere denkwerkzaamheid of van een «zich laten gaan». Naarmate we meer aan onze onzalige hartstochten toegeven, of wel meer gewend zijn «reden en geweten» te laten spreken, zullen ook op den duur de overwegingen korter worden, ja soms zal het schijnen, dat deze geheel achterwege blijven. Zoo treden in beide gevallen onze vroegere determinaties, hetzij ten goede, hetzij ten kwade, met eigen energie op, en naarmate de stimulans veelvuldiger optreedt, wordt de tegenstand zwakker.

Het proces zal evenzeer snel verloopen, als het zedelijk indifferent karakter der handeling apert is, en ook geen doelmatigheidsoverwegingen een rol spelen, maar een vast gebruik en gewoonte den doorslag geven.

Het is mogelijk, dat de vraag: mag ik, zal ik? onbeantwoord blijft. In het bijzonder is dit het geval, waar de geest staat voor een collisie van belangen of plichten. Ook dit speelt in het stadium der beslissing een groote rol.

C. De beslissing. — In deze phase maak ik den toekomstigen toestand óf tot mijn doel (ik aanvaard het, met bewustheid, als voorwerp van mijn streven) öf ik ontken, dat het voor mij een «goed» is. Luidt het antwoord in bevestigenden zin, dan «wil ik». Hierin ligt opgesloten de voorstelling mijner reëele causaliteit, mijner activiteit ; het toekomstige wordt gedacht als iets, dat door myn doen zal worden verwezenlijkt. Onverschillig is het, of dat doen bestaat in een richting van mijn voorstellingen en gedachten, dan wel een beweging mijner ledematen.

Men leide nu uit het feit, dat iedere wilsbeslissing de voorstelling der reëele causaliteit bevat, niet af, dat deze beslissing zelf causaal in de buitenwereld is. Immers de beslissing richt zich op wat slechts is voorgesteld of gedacht als toekomstig. Niet dat willen is karakteristiek voor het handelen.

Luidt het antwoord ontkennend, dan heeft de wilsakt geen verdere gevolgen. Maar daarom was er wel een wilsakt. Het voorgestelde wordt met bewustheid uit den kring der mogelijke doeleinden uitgeschakeld. De inhoud is dan ook niet willen maar nolle d. i. willend een mogelijke doelgedachte verwerpen.

Is de vraag: zal ik? bevestigend beantwoord, doch blijft die

Sluiten