Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke daad verrichtte, daaraan kan de omstandigheid, dat ik niet anders kon, niets veranderen. Want gedane zaken nemen geen keer. Uit het niet-kunnen volgt nog niet zonder meer het niet-behooren. In het schuldoordeel daarentegen ligt een verwijt ') uitgesproken. Hier ligt de voorstelling ten grondslag, dat de dader in staat was, het gebeurde achterwege te laten Intusschen kan de vraag worden gesteld, of deze onderscheiding rationeel is, of zij metterdaad te handhaven is. Niet hierover kan kwestie bestaan, of feitelijk in de concrete uitspraak door den rechter in het eene geval wel en in het andere niet een verwijt wordt uitgedrukt, want we spreken niet over de psychologische werkelijkheid, doch over den zin en de beteekenis van den inhoud. Maar gevraagd wordt, of deze onderscheiding tusschen den logischen inhoud van het schuld- en het onrechtmatigheidsoordeel niet illusoir is. Deze vraag komt neer op deze andere, of het ten opzichte van wereld en leven nog zin heeft, naast de gelijkvormigheid der natuurcausaliteit een causaalprincipe te onderscheiden. En dan kan het antwoord niet twijfelachtig zijn. De wet van den grond, die de innerlijke 'natuur van het denken zelf uitdrukt, verlangt, als correlaat, die van de constantheid van het natuurgebeuren.

Volgens de causaliteitswet onderstelt ieder gebeuren, ieder begin van het zijn, een oorzaak. Het fundament van deze wet is geen ander, dan het beginsel of de wet van den grond; een gedachte zonder grond is een onding. Zoover het denken reikt, moet, zoo gelooven we, de causaliteitswet reiken. Dat het zijnde «denkgerecht» is, dat de wereld denkbaar en kenbaar is, 2) dat de werkelijkheid ten aanzien van het denken in correlatie staat, dat is een postulaat of geloof, zooals dat van de ethiek, in zoover deze moet berusten op het geloof aan de geldigheid eener norm.

Van de causaliteitswet is echter streng te onderscheiden die der gelijkvormigheid. 3) Zij geldt slechts, voor zoover als natuurwetenschap mogelijk is. Hier, op het gebied der natuur, heeft zij zich bij de critische ervaring als nuttig en noodzakelijk bewezen. Maar op apodictische zekerheid kan zij slechts in zoover aanspraak maken, als hierbij de algemeene causaliteitswet in het geding is. De wet van de uniformiteit of gelijkvormigheid

'i Max Rümelin, Das Verschulden im Straf- und Zivilrecht, 1909, blz. 7 v..

2) B a v i n c k, Christelijke Wereldbeschouwing, 1904, blz. 19.

3) M a r b e, Die Gleichförmigkeit der Welt, 1916.

Zevenbergen, Verzamelde Werken. 6

Sluiten