Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens den schrijver was het logische causauliteitsbegrip onvoldoende, omdat het geen uitsluitsel geeft over de beteekenis, die één bepaald verschijnsel voor dat gevolg heeft; immers al wat in den tijd vooraf gaat maakt deel uit van die som, dat complex. Men zou dus mogen verwachten, dat de schrijver nu zal aangeven een criterium om de antecedenten te onderscheiden, want de bewering, dat alle antecedenten causaal zijn, is natuurlijk niet vol te houden. Men vergist zich. De schrijver onderwerpt verschillende causaliteitstheorieën, in het bijzonder die der c o n ditio sine qua non, aan een critiek. Het is van belang, den auteurbij deze verrichtingen te volgen. Vier bezwaren worden tegen de theorie der conditio sine qua non aangevoerd.

1. Zij stelt de gelijkwaardigheid der voorwaarden voor het gevolg, terwijl deze, althans voor het recht, niet vaststaat.

2. Deze gelijkwaardigheid is volkomen onbewezen.

3. Een absoluut doorvoeren van de scheiding tusschen oorzaak en schuld is onmogelijk.

4. Deze leer laat ons in den steek, bepaaldelijk bij de talrijke gevallen van aansprakelijkheid buiten schuld.

Niet een der gronden is steekhoudend.

Wat 4 betreft: «Haar aan te nemen, zou tot de schrome«lijkste onbillijkheden leiden. Niemand zal toch willen volhouden, «dat bijv. als ik door een dier gebeten word en op weg naar den «dokter een steen van een dak op mij valt, ik nu ook de daardoor «geleden schade op den eigenaar van het dier kan verhalen" *).

Wat is in het geding? Toch wel de vraag, wanneer een handeling, enz., als oorzaak van een verandering kan worden aangemerkt. Welnu, men leze den aangehaalden volzin als volgt: «Niemand zal toch willen volhouden, dat bijv. als ik door een «dier gebeten word en op weg naar den dokter een steen van «een dak op mij valt, ik nu ook de geleden schade door den «beet van den hond mede veroorzaakt heb». Wij antwoorden: ieder, die de theorie der conditio sine qua non als juist erkent, zal dit wel verre van te ontkennen, veeleer bevestigen als een onomstootelijke waarheid. En de waarheid ligt buiten de praedicabiliteitssfeer der billijkheid! Natuurlijk beseft de schrijver dat zelf wel. Maar hoe kan de auteur dan zeggen, dat de leer der con dit io sine qua non tot de schromelijkste onbillijkheden leiden zou?

i) T. a. p., blz. 283 ; cursiveering van mij.

Sluiten