Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kooper dit niet kan gewild hebben. Want willen onderstelt een voorstelling van dat, wat gewild wordt. Zeggen we nu toch, dat de Staat, de rechtsorde, degene, die een wilsverklaring heeft afgelegd, «gewild» heeft, dan kan dit niets anders beteekenen, dan dat de rechtsgevolgen, welke de wet nu eenmaal aan die wilsverklaring bindt, «geacht worden» te zijn gewild, wordt toegerekend. Willen, hier, beteekent niet, het willen in den zin der psychologie, maar is, zooals Radbruch het uitdrukt in zijn Grundziige der Rechtsphilosophie l), «nur ein bildlicher «Ausdruck für ein durchaus normatives Gebild». Kan theoretisch gesproken, de Staat een onrechtmatige daad begaan, is Staatsonrecht mogelijk?

De moderne Staatsrec/iMeer gaat terecht hiervan uit, dat van haar - dogmatisch — standpunt, de Staatspersoon nimmer denkbaar is, als bestaand buiten de rechtsorde; integendeel, zij is slechts denkbaar in en door de rechtsorde. Hiermee is natuurlijk niets gezegd over de wijsgeerige of sociologische beschouwingen van den Staat; immers we spreken niet over de Staatsleer of Staatsphilosophie, maar over de Staatsrechts-leer.

De Staat is allereerst persoon, d. i. subject van rechten a). In zoover, nu de Staat plichten heeft, kan hij ze ook «overtreden». Maar er is meer; behalve, dat de Staat subject van rechten is, is hij bovendien tevens drager der rechtsorde.

De in de rechtsorde uitgesproken wil (van den Staat) kan (voor alle personen, dus ook) voor den Staat, een «sollen», en «behooren» zijn, maar de rechtsorde is tevens en altijd een «wollen». Zegt men, dat de Staat (als subject) een onrechtmatige daad heeft begaan, dan beteekent dit, dat hem een handeling van deze of gene wordt toegerekend ; want de Staat zoomin, als elke andere rechtspersoon, die niet is mensch, kan willen en handelen. Zegt men anderzijds, dat alle recht Staatsrecht is, wil van den Staat, dan wordt daarmee te kennen gegeven, dat alle regels van het recht niet causaal, maar normatief op hem zijn terug te voeren. In het eerste geval — de Staat is subject wordt ondersteld een bepaalde, deze of die rechtsregel, die tevens inhoud is van zijn wil. In het tweede geval — de Staat is autoriteit — drukken niet slechts deze of die rechtsregel, maar alle rechtsregels, d.i. dè rechtsorde, zijn wil uit. Dit laatste

1) T. a. p., blz. 196.

2) Vergelijk in het bijzonder Hans Kelsen, Hauptprobleme der Staatsrechtslehre, 1911.

Zevenbergen, Verzamelde Werken. 14

Sluiten