Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf verantwoordelijk en is op hem het bepaalde bij art. 1401 B. W. toepasselijk ').

* *

*

Anders is het gesteld met de onrechtmatige daad eener rechtspersoon, die niet is Staat. Hier is onrecht zeer wel denkbaar. Want de rechtsorde is tegenover deze rechtspersoon steeds en slechts een sollen, een behooren, dus ligt een overtreding van den plicht in de rede. Het verschil immers tusschen den Staat en de rechtspersoon, die niet is Staat, is, zooals we zagen, hierin gelegen, dat de Staat, ofschoon hij evenals de andere rechtspersoon subject van rechten is, tevens drager dier rechtsorde is, dat het «sollen» zijn «wollen» is. Onrecht van den Staat is logisch onmogelijk, onrecht van de rechtspersoon, die niet is Staat, is zeer wel mogelijk. Maar óok hier geldt, dat willen en handelen der rechtspersoon beeldspraak is, dat willen niet in psychologischen, maar in normatieven zin wordt genomen. Begaat de rechtspersoon (niet Staat) een onrechtmatige daad, dan wil dat zeggen, dat een mensch een onrechtmatige daad verricht, terwijl deze aan de rechtspersoon als haar daad wordt toegerekend. Intusschen art. 1401 spreekt niet slechts van een onrechtmatige daad, maar bovendien van schuld.

Nu wordt het begrip schuld in drieërlei zin gebezigd. Vooreerst als subjectieve, dan als objectieve en eindelijk als «eigen» schuld. Ik ben van meening, dat we bij art. 1401 hebben te denken aan subjectieve schuld. Dat de rechtspersoon geen schuld, geen subjectieve schuld kan hebben, behoeft, dunkt me, geen betoog. Een voorwaarde dus, waaronder art. 1401 B. W. de gehoudenheid tot vergoeding van schade verbindt, ontbreekt: de schuld. Daarom is de rechtspersoon op grond van art. 1401 B. W. nooit verantwoordelijk. Verhaal op de rechtspersoon wegens eigen onrechtmatige daad is uitgesloten in al die gevallen, waarin als element der plichtsovertreding schuld gevorderd wordt. Het gaat niet aan, schuld en onrechtmatigheid te scheiden

x) Stilzwijgend ben ik hier uitgegaan van de eenheid der rechtsorde. Hieruit volgt o. a., dat een onderscheiding tusschen Publiek- en Privaatrecht, welke in het bijzonder zou zijn gelegen in de meerderwaardigheid van den Staat tegenover de private persoon, niet houdbaar is. Alle recht is Staatsrecht, maar ook de Staat is rechts-staat. Op deze kwestie kan hier niet nader worden ingegaan.

Sluiten