is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzamelde opstellen van Willem Zevenbergen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschaft over hare inductie basis. Een zeer gewichtig object vormt het «rechtsleven». Wat is echter het rechtsleven anders, dan het leven, voorzoover het — als ik een beeld mag gebruiken — beschenen wordt door het licht van het recht. Zonder dit recht als het praedicaat van het gemeenschapsleven, als het postulaat aan het leven, kan ik nooit of te nimmer van rechtsleven spreken. Intusschen onze sociologen gaan nog verder. Rechtsleven is het leven, dat (en voor zoover) de rechtsorde daarin wordt verwerkelijkt. De socioloog onderzoekt b.v. den invloed der rechtsorde op onze handelingen. De basis voor inductie vormt derhalve handelingen ja, maar welke? Zegt men sociale handelingen, dan moet men de conclusie aanvaarden, dat de recAte-sociologie derhalve ook tot object heeft handelingen, die buiten het gebied van het recht vallen. Met geen mogelijkheid is de socioloog in staat aan een handeling te zien, of ze door de rechtsorde of door de moraal wordt geregeld.

Zegt men, dat de basis gevormd wordt door recAfohandelingen, dan maakt men zich schuldig aan een petitio principii. Want rechtshandelingen zijn dan de door het recht (d.i. de voorstelling van het recht) gedetermineerde handelingen. Of echter eenige handeling door het recht gedetermineerd is, heeft de rechtssociologie niet te onderstellen — want daarvoor hebben we de sociologie niet noodig, maar te bewijzen. Er blijft de rechtssociologie niets anders over, dan onder handelingen de van rechtswege gequalificeerde handelingen, zulke waarin de rechtsorde belangstelt, te verstaan. M. a. w. om eerst bij de door Ehrlich zoo geminachte rechtswetenschap in de leer te gaan. Aangenomen nu, dat het object der rechtssociologie eerst mogelijk zijn kan, als het bestaan eener rechtswetenschap ondersteld is, daarmee zijn nog niet alle moeilijkheden uit den weg geruimd. Het is mogelijk, dat de vervulling mijner plichten tot stand is gekomen onder den indruk, aandrang, dwang der rechtsorde (de voorstelling der rechtsorde). Maar ook het omgekeerde is mogelijk, dat n.1. mijne rec/ife-plichtsvervulling zich kenmerkt als van die der «schoone zielen». Hier hebben we een juridisch belangrijk verschijnsel in de wereld van het zijn, waarop de rechtssocioloog wederom geen vat heeft; tusschen het verloop van verwerkelijking en den psychologischen oorsprong der handeling is niet een op-de-rechtsorde-betrekkinghebbende voorstelling aanwijsbaar. Voor den rechtssocioloog valt hier iets voor, dat buiten zijn competentie ligt. Hoe nu,