Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook hier hebben we te doen met een maatstaf, die aan het bestaande recht van buiten af aan de rechtsorde wordt aangelegd, met een postulaat, dat tot de rechtsnormen wordt gericht. Toch is er een fundamenteel verschil in den inhoud der beide postulaten. In het eerste geval luidt de eisch, gansch algemeen: de inhoud der wet behoort door de rechtsidee te zijn gericht. Hier luidt het postulaat: de regelingen (ze mogen al of niet door de rechtsidee zijn geleid) moeten zoo zijn, dat ze een objectieve, ondubbelzinnige, „eindeutige" beslissing mogelijk maken. We hebben in beide gevallen dus te doen met een critiek en wel een transcendente critiek.

Toetst men eenige wet aan dit richtsnoer der objectiviteit en Eindeutigkeit, dan is de mogelijkheid, ja de noodwendigheid eener disharmonie niet wel te ontkennen. Het kan althans blijken, dat zulk een ideaal, zulk een objectieve, „eindeutige" beslissing, zooal niet een onbereikbaar, dan toch zeker een nog niet bereikt ideaal is. Dit is gemakkelijk in te zien. Stel, ten aanzien van een bepaalde rechtsfeitsverwerkelijking 1) heeft de wet een strafbedreiging gesteld, die als maximum, zeggen we, twintig jaren aangeeft. Het laat zich denken niet alleen, dat 10 colleges verschillend oordeelen, maar ook, dat er zooveel verschillende vonnissen worden geveld in naam der Koningin, als de 20 jaren dies utiles bevatten. De oorzaak hiervan ligt in het feit, dat de wet hier de beslissing binnen bepaald aangegeven grenzen overlaat aan het dusgenaamde vrije oordeel van den rechter2). Hetzelfde geldt, als de wet den rechter

Zeitschrift für Oeffentliches Recht, Jahrg. I, Heft 5/6, waarnaar ook, voor hetgeen volgt, zeer nadrukkelijk wordt verwezen.

Verdross is een leerling en volgeling van K e 1 s e n.

Het hier bedoelde geschrift van Heek draagt tot titel: Gesetzesauslegung und Interessen'jurisprudenz 1914, ook verschenen als Bd. 112 des Archivs für die Civilistische Praxis, blz. 1313.

!) Onder rechtsfeitsverwerkelijking versta ik hier een, in ruimte en tijd zich afwikkelend, af te wikkelen of afgewikkeld gebeuren, dat zich dekt met het beeld, schema of schablone (rechtsfeitl, dat de wet heeft opgesteld, cf. B e 1 i n g, Die Lehre vom Verbrechen, 1906.

2) Ofschoon hier slechts sprake is van den rechter, toch geldt dit evenzeer voor ieder, tot wien de rechtsorde gericht is. (Het is onjuist met het vraagstuk der rechtsbepaling alleen des rechters werkzaamheid in verband te brengen). Al dadelijk dus ook voor de administratie. Men bedenke echter, dat de toepassing niet de eenige manier is, waarop het recht wordt gerealiseerd. Ook S o m 1 ö, t.a.p., blz. 371/2 wijst hierop.

Sluiten