Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paris, apud 8. lac. Aug. Thuanus Historiarum sui temporis,

Ambros. & xxxv. lom. 2.

Hieron.

prouart,i6o6. xm_ Kal. Jun. * Iohan. Calvinus Novio-

in Fol. L'ag. J . . .

223. duni in Veromanduis natus, acri vir ac

* iïözi vehementi ingenio & admirabili facundia

pneditus, tum inter Protestantes magm nominis Theologus, cum septennium integrum variis morbis ac cruciatibus conflictatus effet, nee minus propterea in munere suo assiduus aut a eontinua scriptione abstineret, tandem ex respirationis difficultate Genevze, in qua 23. annos docuerat, obiit, cum penè 56. vitae annum explevisset.

Dat is:

f 1564. Den xix Mey, Johannes f Calvinus te Noyon in Picardien geboren, een Man met een scherp ende geweldigh verstant ende wonderbaerlicke wel-sprekentheyt begaeft, daer benevens onder de Protestanten een (p. 4.) Theologant van grooten | naem, als hy seven heele jaren met verscheyden sieckten en pijnen was ghequelt geweest, ende daerom niet minder in sijn Ampt gestadig was oft van 't gheduyrigh schrijven ophielt, is ten laetsten door adem-borstigheyt te Geneven, alwaer hij 23 jaren hadde geleert, overleden, als hy by na 56 jaren was oudt geworden.

Ziet, deze Ihuanus, die Calvmo niet toeghedaen en was, getuight evenwel onpartijtijdighlick van sijn groot verstand, wonderbaerlicke wel-sprekentheyt, neerstigheyt ende groot-achtinge onder de Protestanten, en van sijn overlijden door adem-borstigheydt nae verscheyden sieckten ende pijnen, die gheheele seven jaren te voren hem hadden ghequelt: Ende hoewel hy sich der kortheydt bevlijtighende, ghelijck hy doorgaens in soodanighe ghelegentheydt ghewoon is, gheen Bell de tiaerder verhael van sijn afsterven en doet, Christó,' Lib. so° spreeckt hy nochtans alsoo daer van 4. c. 8. & de dat hy stil-swijghende wederleght de leuclcf "i. ibrEC" S^lcn van Bolsecus , dewelcke Bellarminus lieCap. 17. 4 ver aennemende dan de waerheydt, deselve op twee bysondere plaetsen verhaelt, schrijvende , dat Calvinus godts-lasteringhen uytsmijtende en sich selven vervloeckende , & c. elendighlick is ghestorven, jae dat hy van de wormen is op-ghegheten, ghelijck A?itwchtis, Her odes, Maximinus en Hunericus. Die hooghgheleerde ende Godtvruchtighe ziele, Doctor Franciscus Junius, die mede selfs als doen te Geneven was, wanneer Calvinus uyt dit leven scheydde, op beyde de voorschreven plaetsen dese leughen weder-legghende, seght op de eerste plaetse daer op; Ja dat meer is, Genebrardus selfs, al hoewel hy met alle steecksels van lasteringe, sich selven gantsch niet machtigh zijnde , Calvinum steeckt, heeft zich nochtans geschaemt van die

leughen: en die schaemachtigheendeeenvoudighe Historie-schrijver en heeft in sijn Chronijck niet durven 1) met die kladde sijn schrift besoedelen, noch die leugenachtighe misdaedt Calvino oplegghen, Dus verre Franciscus Junius.

Wy sien uyt alle dese voorgaende Ghetuyghenissen der Paepsche Schrijvers selve, hoe valsch ende versiert alle die lasteringen zijn, die tot nadeel van den goeden naem en faem van Johannes Calvinus, aller-eerst geheele dertien jaren na sijnen doodt gestroyt zijn door sijnen geslaghenen vyandt, den verloopen Carmeliter Monnick, Hieronymus Bolsecus, die naderhandt weder tot het Pausdom vervallen zijnde,

heeft, onder de Papisten woonende, uytghegheven de Historie van het Leven Calvini. Wy mogen alhier met meerder recht ghebruyeken de antwoorde, die de Cardinael Baronius geeft op het Boeck van den Cardinael Benno, daer in hy (Benno) het leven van Hildebrandt, daer nae gheworden Paus Gregorius de VII. beschrijvende, sulcke afgrijselicke stucken van hem verhaelt, datmen naeuwelicks van den Duyvel selfs soodanighe Baron. ^nsoude verwachten: Indien men (seght Baro- na], Tom. ij. nius hier op) een vyandt sal gelooven, even Anno 1071. soo mochte Cajaphas het leven Christi be- sect' '3' schreven hebben. Wel, indien men den Cardinael Benno sal houden voor eenen vyant van den Paus, ende voor eenen Cajaphas,

hoe veel meer is sulck eenen Bolsecus voor eenen vyant en eenen Cajaphas (ten besten genomen) van Calvinus te houden ?

Nu daer en is niets, het welck van eenighe vyanden der waerheydt ter on-eere van desen Eerweerden Man Godts valschelick wordt voor-ghegheven, of 't is anders niet als

Copy van desen eenigen lichtveeraigen tsoisecus: 't is al deses onbeschaemden Bolseci na-praetjen en na-schrift; waer op wy dan vrymoedelick mogen seggen, 't gheen de Vorst Nehemia liet weten aen dien listighen ende leugenachtighen vyandt van Godes Volck, Saneballat: Daer en is van alsulcke saken, als ghy seght, niets geschiedt, maer ghy versintse 1) uyt uwe herte, Nehem.6. 8.

Dat dese voor-verhaelde Ghetuyghenissen waerlick alsoo luyden, gelijck geseght is, kan yeder een, dien het gelegen komt, selve na sien; ende datse getrouwelick alhier gestelt zijn, ghetuyghe ick onderschreven, als die deselve opgesocht, vergadert, uytgeschreven, en, daer 't noodigh is gheweest, vertaelt ende gheopend, jae 't geen daer in te berispen ende verbeteren is, aengewesen hebbe.

Johannes Spiljardus, Dienaer des Goddelicken Woordts tot Gorinchem.

1) derren. 2) versiertse.

Sluiten