Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

I. 16. 9.

Een exempel.

lob 14. 5.

3. Worden wederleydt de ghebcurlicke dingen en uytkomsten, indiense van den verborghenen en nochtans rechtveerdigen en seer wijaen raet Godts afghescheyden worden.

voelen niet en worden begrepen : daerom zijn voor ons als het ware 1) avontuyrlick en ghevalligh die dingen die sonder twijlïel uyt Godes wil haer oorsprongh ontfanghen. Want sy doen sich aen ons niet anders voor 2) 't zy dats' in haren aerdt aengemerckt,'t zy datse naer ons verstant en oordeel geschat en geweerdeert worden. Laet ons tot een exempel nemen een Koopman, dewelcke met een getrouw geselschap in een bosch getreden zijnde , onvoorsichtelick van zijn medegesellen afdwaelt, en alsoo dwalende gebracht wort in een roovers nest, onder de moordenaers vervalt en sijn leven verliest. Sijn doot en was niet alleen door Godes oogh voorsien, maer oock door sijn ordeningh en besluyt bevestight. Want de Schriftayr en segt niet dat Godt van te voren heeft gesien hoe langh een yeders leven duyren soude, maer oock dat hy aen 3) 't leven der menschen palen en eynden verordent en gheset heeft, die niet en konnen voorby ghegaen worden. En nochtans soo veel ons verstandt kan begrijpen, schijnen alle dingen in de voorseyde geschiedenis te zijn avontuyrlick en by geval. Wat sal dan een Christen hier van gevoelen? Dit sal hy gevoelen, te weten, dat al dat geen 'twelck in soodanigen doodt is voorgevallen , inder waerheyt in sijnen aerdt is avontuyrlick en toe-valligh: en evenwel en sal hy met eenen oock niet twijfielen of de voorsienigheyt Godts heeft daer in het opperste gebiedt en beleydt ghehadt om de fortuyn of t avontuyr te stuyren tot haer eynde. Dit selvige moeten wy oock ghevoelen aengaende de dingen die noch toekomstigh en gebeurlick zijn. Gelijck als alle toekomstighe saken ons onbekend zijn, alsoo blijft ons oordeel dien aengaende twijffelachtigh en onseker alsof se aen d een of aen d'ander zijde sus en soo konden uyt vallen. En nochtans dies'nietteghenstaende blijft dit in onse herten inghedruckl, datter niet gheschieden sal, dan even dat 't welck de Heere aireede voorsien heeft. In desen sin wort by den Predicker dickwils dat woordt uytkomst herhaelt: Want de menschen dringhen met hun eerste aenschouwinghe niet op eenmael door tot 4) d'eerst en opperst' oorsaek, dewelcke verre voor haer verborghen is. En evenwel 't geen van de verholen voorsienigheydt Godts in de Schriftuyr geopenbaert is, en is nooyt alsoo uyt jde herten der menschen uyt gewischt geweest, of daer van hebben altijt sommige voncken in de duysternisse geglinstert. Dit

1) ons ghelijck als. 2) en gheven geen anderen snhijn

van sich. 3) [ ]. 4) en gheraken met het eerst' aenschou-

wen niet tot.

(p. 74.)

blijckt uyt de waersegghers der Philistijnen,

al hoewelse twijffelmoedigh dobberen I) en wanckelen, so schrijvense nochtans 't voorgevallen ongeluck eensdeels Gode, en eensdeels der Eortuyne toe, alsse seggen: Siet dan l. Sam 6.9. toe, indiense den wegh harer lant-pale op gaet na Beth-Semes, so heeft hy ons dit groot quaet gedaen: maer soo niet, so sullen wy weten, dat sijne hant ons niet geraeckt en heeft: het is een toe-val gheweest. Sy doen wel dwaesselick daerin datse tot de fortuyn loopen, wanneerse sien datse 2) met haer waersegghery niet uytkomen : 3) maer ondertusschen sien wy dats' alsoo geperst worden ,

datse niet en durven voor avontuyrlick houden 't quaet dat hen was wedervaren. Voorders sal door een heerlick en schoon exempel konnen blijcken, hoe dat Godt door den toom en breydel van sijne voorsienigheydt allerley uytkomsten buyght en neyght werwaerts hy wil. Ziet even op 'tselve punct des tijdts, Ben exempel, doe David in de woestijne Mahon achterhaelt was, doen de Philistijnen een inval in het ï.Sam. 23.20,

I. U I X „ . A., A " ' •

ïauui i&raeiö. en oaui wuiui uaci uuui

ghedronghen af te trecken van David. Indien | Godt, willende versorgen de behoudenisse sijns knechts, desen spaeck 4) den Koningh Saul in sijn wiel ghestoken heeft, voorwaer al hoewel de Philistijnen in der haest buyten der menschen verwachtingh de wapenen in de handt ghenomen hebben, so en sullen wy nochtans niet seggen dat dit by geval is toegekomen : maer 't geloof sal bekennen, dat de dingen die ons avontuyrlick en bygheval schijnen, door een verborghen stuyr S) en leydingh Godts geregeert worden. Daer en wort wel niet altijt sulck een oorsaeck ghesien: maer men moet nochtans dit alsoo buyten twijfTel houden , dat alle de veranderingen die in de werelt gesien worden , voortkomen uyt de verborghen beweghing 6) van Godes handt. Ondertusschen moet dat gheen 't welck Godt verordent heeft also nootsakelick geschieden , dat het nochtans noch in volstrekten sin 7) noch oock uyt siiner aert nootsakelick en is. Hier van hebben

wy een bekent en gemeensaem exempel in de exemi,elbeenderen van Christus. Dewijl hy een lichaem ioan. i<j. 33, aenghenomen heeft, dat onsen lichame gelijck 3o. is, soo en isser geen verstandighe die loochenen sal, dat sijn beenderen breekbaar 8) waren,

dewelcke nochtans niet en konden ghebroken worden. Waer uyt wy wederom sien, dat in de Scholen niet te vergheefs en zijn ghevonden de distinctien waer door men onderscheyt maeckt tusschen eene noodtsakelickheydt in

Een ander

1) dubben. 2) het hen. 3) hapert. 4j stock.

5) drift. 6) roeringh. 7) niet t'eenemael. 8) brekelick.

Sluiten