Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. 11. 4.

beelt in plaets van de saeck, en een schaduw' in stede van het lichaem voor oogen stelde: en dat het Nieuwe de saeck selve en het ware lichaem daedwerckelick 1) vertoont en toe-dient. En van dit onderschejt wordt gemeldt by na in alle die plaetsen daer het Nieuwe tegen het Oude Testament ghestelt wort: maer nochtans in den Brief tot den Hebreen wijt-loopigher behandelt dan ergens Hebr. 7.ii, elders. Daer redetwist 2) d'Apostel teghen die eu io" 1. §ene> dewelcke meenden dat d'onderhouPsaim ïio. 4. dinghen en ceremonien van Moses Wet niet en konden af-gheschaft worden, sonder met (p. 174.) een | jen gantSchen Godtsdienst in den gront te verderven. Op dat hy dese dwalingh soude weder leggen, soo maeckt hy ghebruyck van 't gheen omtrent 3) het Priesterdom van Christus by den Propheet voorseydt was, want dewijl hem een eeuwigh Priesterschap opgedragen wordt, soo is 't seker dat dat andere 4) Priesterdom daer d'een Priester dagelicks gestelt wiert en tradt in des anderens stede, te niet gaet. En dat d'instellingh van desen nieuwen Priester uytnemender is dan eenigh' andere, bewijst hy door dien deselvige met eenen eedt wort bevestight Daer nae seydt hy, dat in die overbrengingh en veranderingh des Priesterdoms, oock de veranderingh des Testaments geschiet is. Hij bewijst oock met reden en goet fondament dat sulcks nootsakelick alsoo moest wesen, Want de Wet hadde sulcke swackheyt datse geen dingh tot volmaecktheyt konde brengen. Daer op wijst hy wijders aen hoedanigh dese swackheyt zy gheweest, te weten, dats' uyterlicke reyniginghen en rechtveerdigheden des vleesches gehadt heeft, dewelcke de conscientien der gener die haer selven daer in oeffenden, niet en konden volkomen maken, dewijl sy door de slacht-offeren der beesten de sonden niet uyt-wisschen noch ware Heyligheyt toebreniiet oogmerck gen en konde. Hy besluyt derhalven dat in ten ïi'éb^eeif Wet ZY gheweest de schaduwe der toekodaer dit on- mende goederen, en niet het levendighe beeldt derscheyt ^ver- (jer (]ingen selve: en dats' oversulcks geen andere roepinghe 5) en hadde dan den mensch in te leyden tot een beter hope, die in het f Euangelium wordt toegebracht. Hier moetmen

nu wel opletten op welk punct 6) het verbond des Euangelies , en de dienst van Christus met den dienst van Moses vergheleecken wordt. Want indien de vergelijckingh op 7) de substanty en het wesen der beloften slaet 8), soo souder een grooten stnjt en tweespalt ontstaen tusschen de twee Testamenten, maer

1) dadelick. 2) disputeert. 3) neemt hy tot sijn voordeel 't gheen van. 4) []. 5) aropt. 6) bemercken nae wat deel. 7) tot. 8) behoorde.

dewijl het gheschil, dat hier verhandelt wort op heel yets anders wijst, so moet men, om den waren sin te vatten, sich oock aen dat andere houden. Stellen we dan op den voorgrond dat het gheldt een 1) Verbondt, 't welck hy eenmael gemaeckt en .bevestight heeft om eeuwigh te duyren en nimmermeer te vergaen. De voleyndinghe 2) van dit verbondt,

daer uyt het eyndtlick sijn standt en vastigheyt bekomt, is Christus. Maer onderwijl 3)

dese bevestiging en vastigheyt nog 4) verwacht wort, so verordineert de Heere door Moses eenighe ceremonien , dewelcke zijn ghelijck als openbare teeckenen van die toekomstighe bevestiginge. En hierover nu was gheschil ontstaen 5), of de ceremonien die inde Wet waren inghestelt voor Christus al dan niet 6)

moesten wijeken. Dese ceremonien al hoewels' alleenlick zijn geweest by komstigheden 7), of immers aenhanghsels en (gelijckmen ghemeenlick seydt) by-voeghsels des verbondts: nochtans dewijls' oock waren instrumenten om 't verbondt te bedienen, soo ontfangense toch 8) den naem des verbondts,

ghelijck oock die naem den anderen Sacramenten plach aeaeven te worden. Derhalven , Beschrijvingh i . 1 ïi.i ,i des Ouden Te-

op dat wy onse reden kort maken: wort door 8tamcnts,

het Oude Testament te deser plaets verstaen , die ghewoonlicke en openbare wijs' en manier om door de ceremonien en slacht-offeren het verbondt te bevestighen. En dewijl in die wijse van bevestigen niets grondighs noch bondighs en is, 't en zy dan datmen verder en hooger opklimme, soo beweert d'Apostel dat die wech genomen en afgheschaft moest worden, op dat hierdoor 9) mocht werden plaets ghemaeckt voor Christus, die Borgh' en Middelaer van een beter Testament, door den welcken voor d'uytverkoornen eenmael een eeuwighe heylighmakingh verkregen is, en d'overtredingen ,

die onder de Wet bleven, uvtghewischt zijn.

Indien ghy wilt, soo mooght ghy 't oock aldus verstaen: dat het Oude verbondt was dat Testament des Heeren, 't welck ghegeven en overgelevert wiert, ingewonden en bewimpelt met een schaduwachtigh' en krachteloos' onderhoudingh der ceremonien, en dat het oversulcks verganckelick gheweest zy, om dat het gelijck als in het onsekere sweefde '10),

tot dat het door een vasten en wesentlicken grondt ondervanghen 1 'I) soude worden. Maer dat het eyndtlick als doe nieuw en eeuwigh

1) de staet onses verschils ons op een ander af leydt, soo moet men daer henen gaen, op dat wy de waerheydt in desen ondervinden moghen. Laet ons derhalven in 't midden voor den dagh brenghen dat. 2) voltreckingh. 3) Terwijl. 4) [].

5) der bevestiügh. Dit wiert nu in verschil getrocken.

6) '[]. 7) toe-valligheden. 8) []. 9) door sulcks

10) tusschen beyden en in twijffel hingh. 11) onderset.

Sluiten