Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. 11. 9. 10.

't Vierde onderscheydt.

't Oude Testament is der

dienstbaerheyt: raaer 't Nieuw is der vryheyt.

Rom. 8. 15.

kenen de menighte der ghener die hy uyt alle volckeren door de predicaty des Euangelies en werckingh sijnes Geestes weder-gheboren en (p. 177.) tot de ghemeenschap sijner Kereke versamelt | heeft, so sullen wy moeten erkennen 1) dat diegene die in de voortijden in Israël met een oprechte genegentheyt hares herten het Verbondt des Heeren hebben omhelst, seer kleen en by nae geen getal uytmaken konden: dewelcke nochtans oock weer velen 2) in ghetal waren, wanneer mense wil tellen op haer selven sonder se 3) met een andere veelheyt te vergeliicken.

9. Uyt dit derd' onderscheyt heeft het vierde sijnen oorspronck. Want de Schriftuyr noemt het Oude Testament een Testament der Dienstbaerheyt, om dat het in de herten der menschen vreese voort brenght:

maer het Nieuwe noemt hy een Testament der Vryheydt, om dat het in de ghemoederen vertrouwen en gherustigheydt verweckt. So spreeckt Paulus tot den Romeynen. Ghy

en hebt niet onttanghen den (jreest der dienstbaerheydt wederom tot vreese: maer ghy hebt ontfangen den Geest der aenneminge tot kinderen, door welcken wy roepen, Abba Vader. Hier toe dient oock 't gheen te lesen Hebr. 12.13. is in den Brief tot den Hebreen: Ghy en zijt niet ghekomen tot den tastehcken bergh, ende 't brandende vyer, ende donckerheyt, ende duysternisse , ende onweder: alwaer niet ghehoort, of ghesien en wordt, dan 't gheen de herten door schrick ter neder slaet: soo dat oock Moses selve bevreest wordt wanneer die schrickelicke stemm' haer geluyt geeft, waervan een yeder afbidt dat hy 't met en hooren moghe 4): maer datse ghekomen o) zijn tot den bergh Sion, en de stadt des levendigen Godts, tot dat hemelsche Jerusalem , &c. Doch 'tgeen Paulus kortelick aenroert in het segghen, dat 6) wy uyt den Brief tot den Romeynen hebben by-ghebracht, dat leydt hy wijdtloopiger uyt in den Brief Gal. 4. 22. tot den Galaten, wanneer hy een allegory maeckt van de twee Sonen Abrahams, in deser voegen, dat Hagar de dienstmaegt een voorbeelt is van den bergh Sinaï, daer het volck van Israël de Wet ontfangen heeft: dat Sara die een vrye vrouw was, zy geweest een figuyr van 't hemelsche Jerusalem, van waer liet Euangelie voortkomt. En gelijckerwijs het zaedt van Hagar dienstbaer geboren wordt, ende nimmermeer tot d'erfFenis geraeckt, en het zaedt van Sara gheboren wordt in vryheyt, en tot het erfdeel recht heeft: Dat wy oock alsoo door de Wet to^

1) seggen. 2) veel. 3) [ ]. 4) 't gehoor van welck' een yeder soeckt af te bidden. 5) toegetreden. 6) die spreuck die.

dienstbaerheydt gebracht, en door het Euangelie alleen tot vryheydt weder-gheboren worden. De somma loopt hierop uyt, dat het Oude Testament den conscientien vrees' en verschrickingh aenghejaegt heeft: en datse door de weldaet des Nieuwen Testaments wederom worden verquickt en vervrolickt. Dat het Oude de conscientien onder het jock der dienstbaerheyt heeft ghebonden gehouden, en datse door de mildadigheydt des Nieuwen tot vryheyt los ghelaten werden. Indien ons (tot weder-leggingh van dit) de Heylighe Vaders des Israëlitischen volcks worden tegen geworpen, datse, namehck, met ons de selfde vryheyt en bhjdtschap ghenooten hebben, dewijl het bekent is datse met den selven Geest des geloofs, gelijck als wy, begaeft zijn geweest: soo antwoorden wy datse gheen van beyden (noch vryheyt, noch Geest) hebben bekomen uyt de Wet: maer doe sy gevoelden datse door de Wet met een condity van dienstbaerheyt \) gedruckt, en met ongerustigheyt der conscienty vermoeyt wierden, so hebbense haren toevlucht ghenomen tot het hulp-middel des Euangeliums: en oversulcks is dit geweest een bysondere vrucht des Nieuwen Testaments, datse buyten de ghemeene wet en wijse des Ouden Testaments van die quaden zijn bevrijdt gheworden. Daer beneffens ontkennen wy datse met den Geest der vryheyt en gerustigheyt also zijn begaeft gheweest, datse met ten deele ghevoelt en souden hebben de vrees en dienstbaerheydt der Wet. Want al hoewel sy ghenooten en ghebruyckten die voorrechten en baten 2) die sy door de ghenade des Euangelies verkregen hadden , soo waren sy noch tans met het gemeene volck den selven banden en lasten der onderhoudinghen en ceremonien onderworpen. Dewijl sy dan gedrongen wierden tot de sorghvuldigh onderhoudingh der ceremonien, dewelcke teeckenen waren van die disciplijn en tucht die der dienstbaerheyt wel geleeck, en beneffens dien handtschriften waerdoor sy van hare schuldt tot de sond overtuyght, en van de verbintenis derselver niet ontslaghen en wierden: soo wordt met recht geseydt datse by ons vergeleken zijnde, geweest zijn onder het Testament der dienstbaerheydt en vreese, wanneer men wil sien op die gemeene bedeelingh en ordeningh, waer nae de Heere als doe met het Israëlitische volck handelde.

10. De drie onderscheydingen en vergelijckingen die wy laetst hebben verhaelt, behooren eyghentlick tot de Wet en het Euan-

Tegen-werpingh.

Antwoordt door onderscheyt making.

Ten anderen, door ontkenningh.

Verschil tusschen de drie laetste onderscheydingen en tusschen 't eerste.

1) dienstbarige condity. 2) pryvilegy en voorbaet.

Sluiten