Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. 14. 5.

ioan. 2. 19. chaem met den naem van Tempel niet ghenoemt hebben , indien sijn Godtheydt daer in niet onderscheydentlick ghewoont en hadde. Dese twee Gelijck derhalven Nestorius met recht in de met rechtfvan vergaderingh der Herderen en Leeraren binde Kercke ver- nen Ephesien verdoemt wierdt, alsoo is oock oordeelt. jaer nae Eutyches met recht veroordeelt in't Concily van Constantinopolen en Chalcedomen: want het is immers soo weinigh gheoorlooft de twee naturen in Christus te vermenghen, als van elckanderen af te scheuren.

Het tweede g Maer daer is ook in 1) onsen tiidt

deel des capit- , . , 1 n- 1 1 1 r 1

teis, waer in e^n soodanign verderilick en schadelick mon-

wederleyt wor- ster op gestaen , te weten : Michaël Servetus,

d°ü Ketterijen dewelck' in de plaets van den Sone Godts

vau Servetas, ghestelt en op-gherecht heeft een versonnen

deweicke de ye^s <%\ Uy(- Wesen Godts , geest, vleesch

Godtheyt des J , .' ■> , , , , ' ° ,,

Soons Godts en drie ongheschapen elementen t samen geen de waer- smeedt. En vooreerst beweert hy dat Christus twee' naturen om g^een ander reden Godes Soon is dan loochent. om dat hy in den buyck der Maghet is gegenereert uyt den Heylighen Gheest. Sijn listigheyt gebruyckt hy hier toe, te weten, op dat hy 't onderscheyt van de twee naturen te niet maeck', en dat dien volgens Christus een wesen zy, uyt Godt en Mensch te samen en onder een vermengt, en evenwel gereeckent worde te zijn noch Godt noch mensch. Want in 't geheele vervolgh van sijn woorden arbeydt hy om te bewijsen , datter, eer Christus in het vleesch geopenbaert wiert, alleenlick eenige schaduwachtighe figuyren en beeltenissen in Godt waren, welckers werckelicke 3) waerheyt, voltreckingh- en vrucht doe eerst ontstondt en ghesien wierdt, doe dat Woordt 't welck tot dees' eere verordineert was, waerlicks Godts Soon begonst te worden. Wij bekennen oock dat de Middelaer , die uyt de Maeght geboren is, eyghentlick Aighemevne )S s0ne Godts. Want de mensche Christus

antwoordt, of , . _ ,

den korten in- en soude niet zijn een spiegel van Godes on-

houd der recht- weerdeerlicke genade, indien hem dese weer-

van'^christna! d'ghey1 niet gegeven en waer dat hy d'eenighgeboren Sone Godts zy en ghenoemt werde. Ondertusschen blijft evenwel dit besluyt en oordeel der Kercke vast en seker, dat hy oock Godts Soon is en daer voor gehouden wordt, om dat hy is het Woort't welck voor de tijden der werelt uyt den Vader gegenereert zijnde, door persoonelicke vereenigingh de menschelicke natuyr heeft aenghenomen. soonHcklf Per" ^00r c'ese Persoonelicke vereenigingh verstaen eenigingh zy. d'Oude Leeraers alsulcken t'samen-voegingh , dewelck' een Persoon doet bestaen 4) uyt twee naturen. Welcke manier van spreken ghevonden is om Nestorius te weder-leggen:

Want hy verson 1) dat de Soon Godes in het vleesch woonde, doch also dat hy evenwel geen mensch en was. Servetus beschul- wJp;ngkgh™~ digt ons valschelick dat wy eenen dubbelen Servetus, teSone Godts maken , wanneer wy segghen dat ghen de ecuhet eeuwige Woordt aireede Godts Soon ge- ^ydt^an" weest sy, eer het met den vlee | sche be- Christus, kleedt was: gelijck als of wy yets anders (p. 190.) seyden dan dat hy in den vleesche gheopenbaert is gheweest. Want al is 't dat hy Godt Autwoordt. was eer hy mensche wierdt, soo en volght nochtans daer uyt niet dat hy eenen nieuwen Godt begon te zijn. Oock en is daer in gheen ongherijmtheydt als wy seggen dat de Sone Godts in het vleesch verschenen is,

deweicke nochtans van sijn eeuwige geboort'

aen dit altijdt gehadt heeft dat hy een Soon was. 't Welck de woorden des Engels tot Maria te kennen geven: 't Heylige dat uyt u Luce. i. 35. geboren sal worden, sal Godts Sone ghenaemt worden, als of hy seyde , dat de naem Soon, dewelck' onder de Wet niet so klaer bekendt en was, al-omm'verklaert en bekent soude worden. Waer med' oock 't seggen Rijm- s. 15. van Paulus over een komt, dat wy door Christus Godts kinderen zijnde, vryelick en met vertrouwen roepen Abba , Vader. Waren oock de Heylighe Vaders in voortijden niet ghereeckent onder de kinderen Godes? ghewisselick jae sy, want sy hebben op dit recht hares Kindtschaps vertrouwende, Godt als haren Vader aengeroepen. Maer dewijl van dien lijdt af dat d'eenigh-gheboren Sone Godts in de werelt voort gebracht is, het Hemelsche Vaderschap klaerder is bekent ge- '

worden , soo is 't dat Paulus dit als een bysonder Privilegy den rijcke van Christus toeeygent. Nochtans moetmen dit volstandelick vast houden dat Godt nooyt een Vader is gheweest, noch van d'Enghelen, noch van de menschen, dan alleen ten opsicht sijns eenigh-gheboren Soons: en dat voornemelick de menschen, die door haer eyghen ongherechtigheydt Gode batelick waren, kinderen sijn door genadighe aennemingh, om Christus die 2) een Soon is van naturen. Servetus en 2-, Teshenheelt oock geen reden om hier teghen te segghen, dat sulcks is van wegen het 3) Soonschap dat Godt Christus in der tijdt verordineert en bestemt hadde: want hier en wort Antwoordt, niet geproken van figuren, gelijck als de versoeningh in het bloedt der beesten vertoont wierdt: maer dewijl sy in der daet niet en konden kinderen Godls zijn, indien haer aennemingh tot Kindtschap in Christus den Hoofde niet en ware gegrondt geweest, soo

1) binnen. 2) versiert dingh. 3) dadelicke. 4) maeckt, 1) versierde. 2) om dat Christus. 3) de.

Sluiten