Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. 16. 12.

der lichamen geweest zijn. Hy heeft moeten strijden en worstelen op dat hy de verslagene weder oprechten soude : en 't is so verre daer af dat dit sijn Hemelsche heerlickheyt yets soude verminderen, dat daer in, dat het hem niet en heeft verdroten I) onse swacklieden op sich te nemen , veel meer sijn goetheyt uytblinckt 2) die nimmermeer ghenoegh en kan ghepresen worden. Hier uyt ontstaet ons oock dien troost in onse benaeuwtheden iiebr. 4. 15. en smerten die d' Apostel ons voorstelt, te weten, dat desen Middelaer onse kranckheden ghesmaeckt heeft, op dat hy met meerder ghenegentheydt den elendigen te hulp komen soude. Sy geven voor dat dat 3) gheen, het welck in sicli selven gebreckelick is t' onrecht Christus wordt toe-ghe-eygent. WeJer-leg- Even eens als of sy wijser waren dan de in-redeu"" ^ Geest Godts, dewelcke dese twee dingen te samen vereenight, dat Christus in allen versocht is gheworden gelijck wy, en nochtans Waerom sonder sonde. Daer en is dan geen reden CwiiTei'i9 ''lef' waerom wy van wegen Christus swackheydt swackheyt on- ons selven ontsetten souden, aen welcke 4) derworpenzijn. hy gjch selven heeft onderworpen, niet door gheweldt of dwinghende nootsakelickheyt, maer door enckel liefd' en barmhertigheydt t'onswaert daertoe bewogen en gebracht zijnde. En het geen hy vrywilligh voor ons geleden heeft, dat en vermindert van sijne deught niet Devreesevan met allen. Maer dese lasteraers worden in een sonder''"sonde ^ingh bedrogen datse de swackheyt in Christus niet en bekennen suyver en vry te zijn van allerley ghebreck en onreynigheyt: gemerckt hy buyten de palen der gehoorsaemheydt niet ghegaen en is. Want om dat in de verdorventheydt van onse natuyr, alwaer alle de genegentheden door een ontstelde drift van de rechte maet afwijcken geen matigheyt en kan vernomen worden, daerom meten sy den Sone Godts verkeerdelick na desen regel. Maer dewijl hy volmaeckt was, soo waren alle sijne bewegingen getempert met matigheyt , waer door d'onmatigheyt gebreydelt wiert. Daerom heeft hy ons in droefheyt, vrees' en schrick alsoo ghelijck kunnen zijn, dat hy nochtans hier in ons onghelijck was. Antwoort op Hier van nu overtuyght ziinde, soo sprinsens'

een andere In- , , ï • . i i t * . * 1

reden, waer in over ',ot een ander uytvlucht, te weten: At dese vrage ver- hoewel Christus de doodt moclite gevreest kiaert wordt, hebben, dat hy nochtans den vloeck en toorn Godts niet ghevreest en heeft, dewijl hy wist of en waer- dat hy van deselve vry was. Maer laet doch ródtgetreelt de Godtvruchtige Lesers overlegghen wat heeft. eere 5) dit zy voor Christus dat hy laffer ö)

en vreesachtigher is gheweest dan veel ghe-

meene menschen. De moordenaers en andere boosdoenders haestighen sich hertneckehck tot de doot: vele verachten die door een verheven gemoedt: andere ontfangen deselve met stilligheyt en bedaertheyt. Wat voor een stantvastigheydt of grootmoedigheydt soude dan dit geweest zijn , dat de Sone Godts door de vreese des doodts verbaest en by na ter neder geslagen wierdt? Want van hem wort verhaelt,

't geen by den ghemeenen man voor een unnatuyrlick wonder mach gheliouden worden,

datter van wegen de geweldige benaeuwtheydt druppelen bloets van sijn aengesicht ghevloeyt zijn. En dit treur-spel en heeft hy niet vertoont voor de ooghen der menschen, ,

dewijl hy in een verborghen plaets sijn suchten tot sijnen Vader op sondt. Doch dit beneemt ons allen twijffel, dat d'Engelen van den Hemel hebben moeten neder dalen, om hem door een bysonder' en ongewoonlicke vertroostingh te verstercken. Wat een schandelicke kleynhertigheyt soude dit gheweest zijn,

gelijck ick seyde, so verre door vreese van de ghemeene doodt benaeuwt te worden , dat hy bloedigh sweet uytstorten soude, en niet en soude kunnen worden verquickt dan door het aenschijn der Engelen. Wat sullen wy seggen van dit ghebedt tot driemalen herhaelt:

Mijn Vader, indien het mogelick is, laet desen Matth.26.39. Drinckbeker van my voor-by gaen: is het'niet voort-gekomen uyt een ongelooflicke bitterheyt sijns herten , dewelcke bewijst dat Christus een scherper en swaerder strijdt uyt-ghestaen heeft dan met de doodt die allen gemeen is? Hier uyt blijckt dat dees' onnutte swetsers, daer meed' ick nu te doen hebb', stoutelick snappen van saken die hun onbekent zijn: want sy en hebben nooyt met ernst overwoghen, wat het zy en hoe veel het inheeft 1) dat wy van Godts gericht en oordeel verlost zijn. Maer dit is onse wijsheydt, dat wy ter degen gevoelen hoe duyr onse saligheydt den Sone Godts gestaen heeft. Indien nu yemandt vraeght Wanneer of Christus als doe ter Hellen neder eedaelt ^h"stus ter

u li ellen neder-

is, doe hy badt dat de doot hem mochte gedaeit is. voor by gaen: soo antwoord' ick, dat dit het- begin daer van gheweest zy, waer uyt voorts 2) afghenomen kan worden , wat grouwelick' en schrickelicke benaeuvvtheyt hy gheleden heeft, doe hy bekende dat hy oin onsen'l will' als een misdader stondt voor Godes vyerschaer. En al hoewel de Godde- Opwatmalieke kracht des Geestes sich voor een ooghen- mcre"bliek verborghen heeft, om voor de swackheyt des vleesches plaets te maken : soo moet men nochtans weten dat de versoeckingh en aen-

1) verveelt. 2) verschijnt. 3) (het). 4) der weleker.

5) hoe eerlick. 6) flaeuwev. I 1) het geldt. 2) verders.

23

Sluiten