Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. 17. 3. 4.

worden, 't welck met veel plaetsen klaerlick

ï.ioan. 4. io. bewesen wort. Niet dat wy Godt lief ghehadt hebben, maer dat hy ons lief heeft ghehadt, ende sijnen Sone gesonden heeft [tot] een Versoening voor onse sonden. Met dese woorden wort duydelick betoont, dat Godt, op dat sijn liefde t'onswaert door geen dingh en soude verhindert worden, den middel der Versoeningh ghesteldt heeft in Christus. En in dat woort Versoeningh is een groot gewicht: want Godt was op een on-uytsprekelicke wijse ten tijde doe hy ons lief hadde, met eenen nochtans op ons vergramt, tot dat hy in Christus bevredight wiert. Hier toe

1. ioan. 2.2. dienen alle dese teksten 1): Hy is de Ver-

Coii. 1.1920. soeningh voor onse sonden. Item: Het is

[des Vaders] welbehagen geweest, dat in hem alle de volheydt woonen soude : Ende dat hy door hem vrede gemaeckt hebbende

2 Cor. 5.19. door het bloedt sijns kruyces, &c. Item: Godt was in Christus, de werelt met hemselven versoenende: hare sonde haer niet

Ephes. 1. 6. toerekenende. Item : Hy heeft ons aenghenaem

Ephes. 2. 16. ghemaeckt in sijnen beminden Sone. Item: [Op dat] hy die beyde met Godt soude in een lichaem versoenen door 't kruyce. De reden van dese verborgentheyt moet uyt het eerste Capittel tot den Ephesen gehaelt worden , alwaer Paulus na dat hy gheleert heeft dat wy in Christus sijn uytverkoren, met eenen daer by voeght: Dat wy in hem de ghenade verkreghen hebben. Hoe heeft Godt met sijn gunst begonnen t' omhelsen die gene die hy voor de scheppinge der werelt lief hadde, anders dan om dat hy sijn liefd' aen haer betoont heeft doe hy door Christus bloedt was versoent? Want ghemerckt Godt is de Fonteyn aller gerechtigheydt, so moet noodtsakelick de mensch, so langh hy een sondaer is, hem tot een vyandt en rechter hebben. Daerom is de gerechtigheyt sodanigh alsse door 2) Paulus beschreven wordt een beginsel

2. Cor. 5.21. der liefde: Dien, die geen sonde gekent en

heeft, heeft hy sonde voor ons gemaeckt, op dat wy souden worden rechtveerdigheydt Godts in hem. Want hy geeft te kennen dat wy door d'offerhande van Christus, onverdiende gerechtigheyt hebben verkregen, op dat wy die van naturen kinderen des toorns en door de sonde vervreemt zijn , Gode behagen souden. Dit onderscheydt wordt oock beteeckent, soo dickwils als de genade van Christus by de liefde Godts ghevoeght wordt, waer uyt volght, dat hy ons schenckt van 't sijne, 't welck hy verkreghen en verdient heeft : Want 't en soud' andersins niet wel voegen dat hy op hem-selven sonder den Vader desen

1) sprencken. 2) vati.

lof soud' ontfangen, dat hem de genaed' als eygen toebehoort en van hem voort komt.

3. En dat Christus door sijne gehoorsaem- Ilet tweede heydt ons waerlicks by den Vader genade domste 'deel verworven en verdient heeft, dat wordt uyt deses capitteis, veel plaetsen der Schriftuyr sekerlick en gron- i«wü«ende dat digh ^ verstaen en afgheleydt 1). Want dit

neem' en houd'ick als voor een bekent punct: saemheydt ons Indien Christus voor onse sonden genoegh 'y^j irby gedaen; indien hy de straffe die wy verdient nade verdient hadden betaelt: indien hy door sijne ghehoor- 1,ceft' saemheydt Godt versoent: eyntlick indien 2) hy rechtveerdigh zijnde voor d'onrechtveerdighe gheleden heeft: dat dan oock 3) door sijne gherechtigheydt ons de saligheyt verkregen zy, 't welck even soo veel geit als verdienen. Maer wy zijn, gelijck Paulus ge- Rom. 5. 11. tuyght, versoent, en hebben de versoeningh ontfanghen door sijn doodt. En de versoeningh en heeft geen plaets dan daer voor henen verbolgentheydt geweest is. Dit is derhalven den sin, dat Godt van wien wy om onser sonden wille wierden ghehaet, door de doodt sijns Soons is bevredight gheworden, op dat hy ons genadig zijn soude. Wij hebben oock neerstelick te bemereken de tegen-stellingh en vergelijckingh die een weynigh daer nae volght.

Gelijck door de onghehoorsaemheydt van dien Rom. 5. 19. eenen mensche vele [tot\ sondaers gestelt zijn geworden , alsoo sullen oock , door de gehoorsaemheyt van eenen, vele [tot] rechtveerdighe ghesteldt worden. Want het verstant van dese woorden is, gelijck wij door Adams sonde van Godt vervreemt en ten verderve verordent zijn, dat wy alsoo door Christus gehoorsaemheydt in genaden ontfangen worden, als of wy rechtveerdigh waren. Ende dat Paulus seydt, sy sullen tot rechtveerdige gestelt worden , sprekende van den toekomenden tijdt,

daer meed' en sluyt hy de tegenwoordighe rechtveerdigheydt niet buvten: gelijck als uyt de t'samen-voegingh van sijne woorden blijekt:

Want hy hadd' oock te voren gheseydt :

Dat de onverdiende gave is uyt vele sonden tot rechtveerdighmakingh.

4. Voorts wanneer wy seggen dat ons de Dese genaed' ghenade verworven is door Christus verdienst, 's °"s gh">'°r-

u , , , ... den door Uhri-

so verstaen wy daer door, dat wy door sijn stus tioedt-

bloet ghereynight zijn, en dat sijn doodt zy stortingt en gheweest een versoeningh voor de sonden. ^ ^

Sijn bloedt reynight ons van sonde. Dit is sijnen Vader

het bloedt [des N. Testaments] 4) 't welck gehoorsaem is

vergoten 5) wordt tot verghevinghe der ph^.™st2 8

sonden. Indien dit de vrucht is van sija ver- 1. ioan. 1. 7.

goten bloet dat ons de sonden niet en wor- Lucas 22, 20' den toe-gerekent, soo volght daer uyt dat

1) afghenomen. 2) is 't dat. 3) derhalven. 4) []. 5) uyt-ghestort.

Sluiten