Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. 2. 11.

veel meer daer voor dat hy door de Majesteyt des Euangeliums overwonnen zijnde, eeniger maten het Euangelium ghelooft, en alsoo Christus voor den Autheur des levens en der saligheyt bekent heeft, en dat hy hem-selven geerne tot Christus begaf. In Luce 8.7,13.- sulcker voegen worden oock in het Euangelie van Lucas gheseydt voor eenen tijdt te gelooven, die ghene, in den welcken het zaedt des Woordts eer het vrucht draeght, verstickt wordt, of oock eer het. ghewortelt is, terstondt verdrooght en vergaet. Van de soodanige zijn wy versekert, datse met eenigen smaeck des Woorts aengedaen zijnde, dat selve begeerlick aengrijpen, en sijn Godde- licke kracht ghewaer worden : soo datse door een bedrieghlicke veynsing des geloofs niet alleen der menschen oogen, maer oock haer eygen herten teleurstellen. Want sy beelden sich selven in dat d'eerbiedigheydt die sy den Woorde Godts toedraghen, enckele Godtsaligheyt is, overmidts sy dopenbaer' en tastelicke smaedt en verachtingh van dien alleen Der Hypocri- voor godtloosheyt houden en oordeelen. Maer ten geluove. hoedanigh dese toestemmingh oock soude moghen zijn, sy en dringht niet door lot het hert om aldaer in-ghedruckt te blijven. En al is 't datse somtijdts schijnt wortelen gheschoten te hebben, soo en zijn nochtans die wortelen niet levendigh. Het herte des menschen heeft in sich 1)'so veel kameren 2) der ydelheydt, 't is met soo veel schuyl-hoecken der leugenen vervult, en met so een bedrieghlicke geveynstheydt overdeckt, dat het hemselven dickwils bedrieght. Maer die op sodanige schaduwen of beeltenissen des gheloofs roemen en moedig zijn . die moeten weten dats' in desen deele niet beter en zijn dan de duyMetwiedie velen Voorwaer d'eerste daer van wy ghete vergeleken hebben, en komen op veel nae soo

zijn. r -Tii i ï

verre niet, die sonder bewegtngh en gevoelen

Godts Woordt behooren en versteen, door

ijicob. 2. 19. vvelcks wetenschap de Duyvelen nochtans

zidderen en beven. D'andere zijn den Duyvelcn

daer in ghelijck, dat het ghevoelen daer door

sy eeniger maten geroert en geraeckt worden,

ten ketsten tot schrick en verslagentheyt uyt-

loopt.

Waerom'tge- \\ ick weet dat het sommigen hart schijnt worpenen toe"- dat men aen de 3) verworpenen gelöove toegheachreven kent 4): dewijl Paulus beweert dat het gewo^-hc8s j loof een vrucht is van de verkiesing. Doch 4; 5. ' dese knoop en swarigheyt wort lichtelick ontdaen. Want al hoewel alleen die gene die te voren ter saligheyt verordineert zijn, tot den geloove verlicht worden en de krachtighe werc-

I) []. 2) vertrecken. 3) den. 4) toe-eygent.

kingh des Euangeliums waerlicks gevoelen:

so bewijst nochtans de ervaringh dat de verworpene somtijts by nae door een ghelijck gevoelen als de uytverkorene worden aenghedaen, soo datse oock nae haer eyghen oordeel van d'uytverkorene niet met al en verschillen. Het en is derhalven niet vreemt dat hen-lieden een smaeck der Hemelscher gaven van den Apostel, en een tijdelick gheloove van Christus wordt toe-gheschreven : niet datse de kracht der Geestelicke genade en het sekere licht des gheloofs grondigh vatten en ontfanghen: maer om dat de Heere, op dat hy haer te meer overwinnen en alle decksel van onschuldt benemen soude , hem-selven in hare herten bekent maeckt, voor soo veel als sijne goedtheydt sonder den Gheest der aennemingh tot kinderen ghesmaeckt kan worden. Indien Teghen-weryemandt hierop 1) teghen werpt, dat dan den gheloovigen niet meer overigh en blijft,

waer uyt sy sekerlick kunnen afnemen datse tot kinderen Godts zijn aengenomen : so antwoorde ick , dat al hoewel er groote gelijck- Antwoorde. heydt en verwantschap 2) is tusschen de uytverkorene Godts, en de ghene die voor een tijdt langh met een verganckelick gheloove begaeft worden, nochtans in den uytverkorenen alleen krachtigh is dat vertrouwen van 't welck Paulus schrijft, soo datse met vollen monde roepen, Abba, Vader. Derhal- Galat. i. 6. ven, ghelijck Godt d'uylve.rkorene alleenlick door een onverderffelick zaedt tot in dereeuwigheydt weder-baert, soo dat het zaedt des levens het welck in haer' herten geplant is nimmermeer en vergaet: also verzegelt hy grondelick in hen de ghenade sijner aennemingh , op datse vast en bestendigh zy. Doch hier door en wordt de minder werckmge des Gheestes niet verhindert haren loop en gangh te hebben oock in de verworpene. Ondertusschen worden de geloovighe geleert, hen selven met sorghvuldigheyt Gn ootmoet t' ondersoecken, op dal hen gheen 3) sorghloosheydt des vleeschs in stede van sekerheydt des geloofs 4) over kome. Hier by komt noch Wat gevoelen dat de verworpene noyt meer en verkrijghen 'verworpene11" dan een onseker en onduydelick 5) gevoelen ontfangen. der ghenade , soo datse veel eer een schaduwe dan een vaste saeck 6) aengrijpen: want de Geest verzegelt de vergevinghe der sonden eygentlick in d'uytverkorene alleen , soo datse die door een bysonder gheloof tot haer | (p. 217.) gebruyek en nuttigheydt haer selven toe passen. Nochtans wordt met recht geseydt dat de verworpene gelooven dat Godt haer genadigh is, om datse de gave der versoeningh,

1) []. 2) naderschap. 3) [ ]. 4) (niet en).

5) onbescheyden. C) lichaem.

r

Sluiten