Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. 4. 13. 14.

Dewelcke van de getrouwe Herders der Kercke seer geVordert en geholpen wordt.

Matth. 16. 19. en 18. 18. loan, 20. 23.

Wat men alhier vermijden en oock waer nemen moet.

(p. 251.)

de roepinge lot den dienst, ons van den Heere verordineert worden, op dat wy uyt haren mondt souden worden onderricht, aengaende het ten \) onder-brengen en verbeteren der sonden, en daer beneffens troost uyt het vertrouwen der verghevingh ontfanghen souden. Want ghelijck het ampt van onderlinge verraaningh en bestraffing wel allen Christenen bevolen, en nochtans den Dienaren bysonderlick opgeleydt is, alsoo oock al is 't dat wy alle te samen malkanderen moeten vertroosten en in het vertrouwen op Godts barmhertigheydt verstercken, soo sien wy nochtans dat de Dienaren, op datse de conscientien van de verghevinge der sonden seker maken souden , daer van tot getuygen en borghen gestelt worden. Soo verre oock datse selfs geseydt worden de sonden te vergheven en de zielen t'ontbinden. Als ghy hoordt dat hen dit wordt toe-geschreven, soo gedenckt dat het is tot u profijt. Soo laet dan een yeder gheloovige ghedachtigh zijn dat dit sijn plicht is, indien hy voor hem-selven door 't ghevoelen sijner sonden alsoo bedroeft en benaeuwt wordt dat hy sich selfs sonder eens anders hulp niet en kan redden, niet te verachten dat middel het welck hem van den Heere wordt aengeboden: te weten, dat hy tot sijner verlichtingh de bysondere belijdinghe by sijnen Herder of Leeraer in 't werck stelle: en sijn bysondere hulp versoecke om troost te verkrijghen, dewijl het sijn ampt is Godes volck in 't openbaer en in 't bysonder met de Leere des Euangeliums te vertroosten. Maer men moet altijt die matigheydt gebruycken, dat men den conscientien geen seker jock op en legge van dingen daer van de Heere niets sekers voor en schrijft. Hier uyt volght dat soodanighe belijdenis vry moet zijn , soo dat men die van yeder een niet af en vordere, maer die alleenlick aenprijse aen hen die 2) verstaen sullen datse deselve van noode hebben. Dat daer beneffens oock die ghene die deselvighe voor haren noodt gebruycken, door eenigh gebodt niet gedrongen noch door eenigen | list verlockt 3) en worden om all' hare sonden op te tellen: maer alleen voor soo veel als sy sullen oordeelen hun-lieden oorbaerlick te zijn, om een volkomen vrucht der vertroosting te verkrijgen. Dese vryheyt moeten de getrouwe Herders den Kercken niet alleen laten, maer oock beschermen en sterckelick verdedigen soo sy de tyranny van haren dienst en de superstity van het volck afweeren willen.

\ 3. Van de andere forme of ghestalte der

1) []. 2) dewelcke. 3) betrocken.

belijdinghe spreeckt Christus by Mattheus: Soo ghy dan uwe gave sult op den Altaer offeren, ende aldaer gedachtigh wort, dat uw' Broeder yet tegen u heeft, laet daer uwe gave voor den Altaer, ende gaet henen, versoent u eerst met uwen Broeder, ende komt dan , ende offert uwe gave. Want aldus moetmen de liefde die door onse schuldt ghebroken is, wederom te samen hechten, door het bekennen en afbidden der misdaet die wy begaen hebben. Hier onder wordt begrepen de belijdenisse der gener dewelcke de ganlsche Gemeynte door hare sonden gheergert hebben. Want indien Christus de bysondere ergeringh 1) eenes menschen soo swaer opneemt 2!), dat hy van den Godtsdienst weert alle die, die yet teghen hare Broeders hebben misdaen, tot datse door behoorlicke ghenoeghdoeningh wederom versoent zijn: hoe veel meerder reden is daer dan dat die ghene, die met eenigh quaedt exempel de Ghemeynte gheergert 3) heeft, deselvige wederom met hem door bekentenisse van sijn schuit bevredige ? Aldus is die Corinthier in de gemeenschap der Ghemeynte wederom opghenomen , als hy de bestraffingh ghehoorsaemlick verdraghen en ontfanghen hadde. Dese wijse van .belijden is oock geweest in de Oude Kerck: Gelijck oock Cyprianus verhaeldt: Sy doen , seght hy, eenen ghesetten tijdt langh penitenty: daer nae komense tot belijdinghe, en ontfangen het recht der gemeenschap door de oplegginghe van de handen des Bisschops en der Priesteren. Yan een andere forme of wijse. van belijden weet de Schriftuyr gantsch niet. 't En komt ons oock niet toe met nieuwe banden de conscientien te verbinden, dewelck uyt kracht van Christus strengh verbodt, niet tot dienstbaerheyt en moeten gebracht worden. Ondertusschen, dat de Schapen haer selven stellen voor haren Herder, soo dickwils als sy 't Heyligh Avondtmael genieten willen, dat en weder-spreeck ick soo seer niet, dat ick selfs seer wel wilde dat sulcks al-omm' onderhouden wierdt. Want die een ongheruste conscienty hebben, die konnen daer uyt een sonderlinghe vrucht trecken: en die vermaent moeten zijn, die gheven alsoo de vermaninghen ghehoor; alleenlick dat het altijdt zy sonder tyranny en superstity.

14. In dese driederley belijdinghe wordt 4) de macht der sleutelen gheoefent 5), het zij wanneer de gantsche Kerck door openbare bekentenisse van hare sonden om vergevingh bidt: het zy wanneer yemandt in 't bysonder,

Het gebruyck van de tweede heymelicke belijding die ons van Christus bevolen is. Matth. 5. 23, 24.

Wat die in haer begrijpt.

2. Cor. 2. 6.

Van een andere wijse van belijdingh en weet de Schrif¬

tuyr niet.

De macht der sleutelen heeft in dese drie soorten van belijdingen plaets.

1) verergeringh. 2) hooge weerdeert. 3) verergert. 4) heeft. 5) plaets.

Sluiten